- Tips voor
een goed lopend co-ouderschap
-
Co-ouderschap bij pubers
- Boek gedeelde kinderen
- Uit het NRC handelsblad
- Interview van
Fréderike
Geerdink
Een scheiding is al lastig genoeg.
Gelukkig is het niet meer nodig dat een kind
daarna ook nog eens een van beide ouders moet
missen: het co-ouderschap is in 96% van de
echtscheidingen een hele goede mogelijkheid. Als
tenminste beide ouders graag voor de kinderen
willen blijven zorgen.
Praktische aanpak
Als je relatie voorbij is, ben je nog steeds
beiden de
ouders van je kind. Dat gaat niet over.
Steeds meer scheidende ouders kiezen daarom dus
voor een co-ouderschap na de scheiding. Het
lijkt erop dat dit ‘thuis zijn in twee werelden’
een uitstekend uitgangspunt is voor het
ontwikkelen van sociale vaardigheden. De beide
ouders hebben zelf ook plezier van een co-ouderschap:
niet alleen delen ze ‘quality time’ met hun
kinderen, ze hebben ook beiden de mogelijkheid
om na hun scheiding weer een eigen leven op te
bouwen, in de tijd dat de kinderen bij de
co-partner zijn, hun ex.
Het ouderschapsplan
Een co-ouderschap wordt vaak begonnen in een
emotioneel zware periode, waarin mogelijk nog
maar net besloten is om het partnerschap te
beëindigen, met alle consequenties van dien. Het
is daarom tegenwoordig zelfs bij de wet
verplicht, om bij elke scheiding waar kinderen
bij betrokken zijn, een ‘ouderschapsplan’ op te
stellen. In dit ouderschapsplan wordt vastgelegd
hoe beide ouders om willen gaan met
opvoedingszaken. Toch is het niet noodzakelijk
dat het kind in beide huizen tot in detail
precies dezelfde regels heeft waar het zich aan
moet houden. Kinderen zijn uitstekend in staat
om zich aan te passen en goed te functioneren
bij onderlinge verschillen. Het belangrijkste is
dat ze kunnen voelen dat ze in beide huizen, bij
hun beide ouders welkom zijn, een onderdeel van
dat huishouden zijn en dat er van ze gehouden
wordt.
Wat vertel je de kinderen
De kinderen hebben duidelijke uitleg nodig over
wat ze kunnen verwachten van de nieuwe situatie.
Het is goed om hierbij de nadruk te leggen op de
positieve kanten: “Je krijgt nu twee eigen
kamertjes, je hebt twee huizen en twee keer
speelgoed.” Laat je kind zoveel mogelijk zelf
meedenken over de inrichting van het andere huis
en laat het er wat vertrouwde spulletjes mee
naar toe nemen om daar neer te zetten. Geef ook
ruim de mogelijkheid om het kind zorgen,
verdriet en boosheid te laten uiten. Co-ouders
moeten de verleiding weerstaan om over elkaar te
spreken met de kinderen of, erger nog, met
elkaar te spreken via de kinderen. Het is heel
belastend voor kinderen als de ouders lelijk
doen over elkaar, terwijl ze zelf van beiden
zoveel houden.
Structureer het overleg
Zorg dat elk kind een ‘heen-en-weer-tas’ heeft
die altijd mee gaat van het ene huis naar het
andere, waarin de belangrijkste knuffels,
eventueel een dagboekje en lievelingskleren
zitten. Om elkaar op de hoogte te houden van de
belevenissen, gezondheidstoestand en eventueel
belangrijke opmerkingen van het kind, kan een
schrift gebruikt worden waarin beide ouders
alles goed bijhouden wat het kind aangaat.
Een digitale vorm van overleg kan bijzonder
praktisch zijn. Er bestaat een speciaal voor co-ouders
ontwikkelde digitale agenda; op deze
cokalender kunnen beide ouders en eventueel
ook nieuwe partners, grotere kinderen en zelfs
opa en oma afspraken noteren en kort overleg
voeren over te nemen beslissingen.
Een nieuwe partner
Aan een eventuele nieuwe partner moet direct
duidelijk gemaakt worden dat er geen vacature is
voor de functie van ‘nieuwe ouder’. Een goede
band tussen een nieuwe partner en het kind kan
in de loop der tijd ontstaan en er zelfs toe
leiden dat er bijvoorbeeld drie volwassenen naar
het tien-minutengesprek op school zullen gaan of
een toneelvoorstelling van het kind bijwonen.
Dit kan alleen als beide ouders en het kind zich
hier gemakkelijk genoeg bij voelen, wat enige
oefening vereist. Vaak is er enige tijd nodig om
zo’n situatie te laten ontstaan en vooral in het
eerste jaar na de scheiding kan dat nog op
emotionele weerstand stuiten.
Wanneer is co-ouderschap niet
mogelijk
Als een van beide ouders pertinent niet wil
meewerken aan een co-ouderschap zal gekozen
moeten worden voor een ouderwetse scheiding met
een omgangsregeling. Ook verdenking van geweld
of drugsgebruik sluit co-ouderschap uit als
optie
|
Dit artikel is
geschreven door Yoeke Nagel, auteur van het
boek ‘Co-ouderschap, het beste van twee
ouders’. Kijk ook eens op
yoeke.com
klik hier om het boek te bestellen.  Co-ouderschap Yoeke Nagel
In
de nieuwe herdruk
van Dr. Spock heeft yoeke een kort
hoofdstukje bijgedragen over co-ouderschap
|
De ene week de kinderen, de andere week tijd
voor jezelf. ?Co-ouderschap klinkt ideaal, maar de
praktijk is vaak anders. Hoewel het ook goed kan gaan,
vormen zeulende, ongelukkige pubers en gestreste ouders
geen uitzondering.
‘Lekker voor je zeg, dat co-ouderschap. Dan ben je om
de week van die draken verlost.’ Het is een van de
reacties die co-ouder Irene de Groot regelmatig hoort.
Ze heeft drie pubers en woont samen met Bert die ook nog
twee pubers heeft waarover hij met zijn ex-vrouw ‘co-oudert’.
In de kinderweek leven ze dus met vijf kinderen in huis.
Maar in de kinderloze week zijn ze absoluut niet vrij.
‘De oudertaken stoppen niet in die kinderloze week.
En anderen realiseren zich vaak niet dat ik mijn
kinderen mis tijdens die week.’ Irene spreekt niet
alleen als ervaringsdeskundige. Met haar bedrijf
Ideemajeur geeft ze trainingen aan co-ouders,
toekomstige co-ouders en pubers. Er is volgens haar nog
veel te weinig bekend over co-ouderschap. Want hoewel
deze vorm van ouderen - waarbij de kinderen afwisselend
bij de vader en de moeder wonen - al zo’n vijfentwintig
jaar geleden uit Scandinavië is overgewaaid, vind je de
term in geen enkel wetboek terug. Daardoor zijn er ook
geen rechten aan het woord te ontlenen. ‘Als ik tijdens
mijn scheiding had geweten wat ik nu wist... Natuurlijk
was ik er dan ook aan begonnen, maar dan had ik me beter
voorbereid. Over de financiële kant van het co-ouderschap
bijvoorbeeld had ik amper nagedacht. Als niemand je
erover inlicht, dan denk je toch niet na over de
verdeling van het schoolgeld van een puber, als je kind
op dat moment nog in groep vier zit?’
Niet alleen over de financiën moet van tevoren
nagedacht worden. Het is ook raadzaam af te spreken wie
naar het consultatiebureau en de ouderavonden gaat en
hoe de kinderen verjaardagen en feestdagen doorbrengen.
En dat doet niet iedereen.
Elkaar vertrouwen
Te weinig informatie en te weinig voorbereiding
resulteert in onduidelijke afspraken vooraf tussen co-ouders.
Volgens Irene zijn dat de belangrijkste oorzaken van een
falend co-ouderschap. ‘Communicatie tussen co-ouders is
zo ontzettend essentieel en tegelijkertijd zo moeilijk
als je in scheiding ligt. Ben je niet bereid of in staat
op een volwassen manier met elkaar te praten, dan kun je
er beter niet aan beginnen. Het gaat er in een co-ouderschap
namelijk om dat je het kind centraal stelt. En niet
jezelf. Dus continu in strijd zijn met je ex is geen
optie, dan draait het nog steeds om jou.’
Regels wanneer je wel of niet aan een co-ouderschap
moet beginnen, zijn er niet volgens Irene de Groot. Wel
is het in sommige gevallen verstandig er nog eens even
goed over na te denken. Want naast een goede
communicatie met de ex-partner is het van belang de
basis van een kind stabiel te houden. Dat betekent dus
dat het kind op dezelfde school en sportclub kan blijven,
met dezelfde vriendjes kan spelen en in dezelfde stad
blijft wonen. Woont vader in Leeuwarden en moeder in
Eindhoven, dan wordt het al een lastig verhaal.
De afspraken die ouders met elkaar maken, kunnen
worden vastgelegd in een convenant of een notariële akte.
Hoewel zo’n convenant bijdraagt aan succes, geeft het
geen garantie. Een co-ouderschap kan volgens Irene toch
nog stuklopen als er te weinig vertrouwen en respect
tussen de ex-partners is. ‘Vertrouw je ex als ouder en
blijf hem of haar niet als partner beoordelen. Vlieg
niet direct tegen het plafond als de kinderen ‘lelijke’
kleding aanhebben als ze terugkomen van de andere ouder.
Pas als een kind zelf aangeeft niet meer naar een van de
ouders te willen, is er iets mis.’
Tot rust komen
En dat komt voor in de puberteit. Pubers hebben geen
zin constant met hun spullen te zeulen. Het is
belangrijk dat co-ouders van pubers goed naar hun kind
luisteren en het accepteren als een kind niet meer bij
een van de ouders wil wonen. Dat heeft volgens Irene
niets met de ouder te maken. Irene: ‘Een puber heeft
veel onrust in zijn leven en kan door permanent bij een
van de ouders te gaan wonen meer stabiliteit creëren.
Als een kind aangeeft te willen verhuizen, moeten ouders
bereid zijn het naar de ander te laten gaan.’
Roswitha Manning en haar ex Harrie van Leeuwen zijn
ruim twee jaar geleden gescheiden gaan wonen. Samen
zorgen ze voor hun twee dochters, Lucie (15) en Sacha
(13). Om het co-ouderschap zo veel mogelijk kans van
slagen te geven, zijn beiden na de scheiding in dezelfde
stad blijven wonen. De meisjes wonen de ene week bij
Roswitha, de andere bij Harrie.
Week-op-week-af is volgens Irene de Groot voor pubers
de prettigste vorm. ‘Twee weken bij een van de ouders
vinden kinderen zelf te lang en een halve week kan bij
kleintjes nog wel, maar geeft voor pubers te veel
rompslomp. Eer een vijftienjarige al haar kleding,
make-up, sport- en schoolspullen bij elkaar heeft
geraapt en later weer heeft uitgepakt, is er al een
halve week voorbij. Kinderen - zeker pubers - hebben
tijd nodig om tot rust te komen.’
Veel co-ouders besluiten om de kinderen in beide
huizen een eigen garderobe, eigen sportspullen en eigen
cosmetica te geven. Ouders moeten natuurlijk wel over de
middelen beschikken om een dubbele kledingkast voor de
kinderen aan te schaffen, maar bestaat die mogelijkheid,
dan geeft het pubers rust.
Roswitha: ‘Sacha en Lucie hebben inderdaad kleding
bij Harrie en bij mij. Als ze iedere week hun shirtjes
en mascara opnieuw moeten inpakken, wordt het veel te
onrustig. In het begin verhuisden de meiden om de paar
dagen, maar ook dat gaf veel onrust. Het was meer vanuit
ons gedacht dan vanuit de meiden. Nu verhuizen Sacha en
Lucie om de week, maar die afspraak is niet heel strikt.
We wonen zo dicht bij elkaar dat als het uitkomt, ze ook
best bij Harrie kunnen eten en bij mij kunnen slapen of
andersom.’
De in de literatuur veelgeprezen oplossing om de
kinderen in het ouderlijk huis te laten wonen en zelf
een woning in de buurt te zoeken, zodat alleen de ouders
wekelijks moeten verhuizen, vindt Irene geen aanrader.
‘Ouders blijven op die manier te veel in elkaars leven
verwikkeld en kunnen hun relatie moeilijk afsluiten.
Bovendien bestaat de kans dat kinderen het gevoel
krijgen dat het wel weer goed komt. Met die illusie doe
je ze alleen maar meer pijn.’
Ik ben je vader niet
De puberteit maakt het co-ouderschap dus extra lastig.
Maar het is niet de enige valkuil. Het co-ouderschap
loopt ook vaak mis, wanneer een van de ouders een nieuwe
partner krijgt. Irene: ‘Ouders moeten hun kinderen
altijd duidelijk blijven maken dat niet de nieuwe
partner, maar zíj op nummer één staan. Wanneer een
nieuwe partner in het spel is, adviseer ik om elkaar
beter te leren kennen in de kinderloze weken en niet
direct te blijven slapen als de kinderen thuis zijn. Zo
hebben mijn nieuwe partner en ik dat ook gedaan.
Kinderen moeten wennen aan het idee dat een van de
ouders een nieuwe partner heeft. En al zijn ze eraan
gewend, dan nog zijn ze erg hard. Toen mijn vriend voor
het eerst kwam slapen waar de kinderen bij waren,
trommelde mijn dochter vijf vriendinnen op die hem
moesten keuren.’
Roswitha is twee jaar nadat ze haar huidige vriend
leerde kennen, gaan samenwonen. ‘We hebben inderdaad
gewacht. Het was belangrijker eerst de kinderen tot rust
te laten komen. We hebben wel het geluk dat de meisjes
met zowel mijn nieuwe partner als met Harrie’s nieuwe
vriendin kunnen opschieten.’
Maar dat is natuurlijk niet altijd het geval. Toch
hoort een nieuwe partner - als de ouder samenwoont - bij
het nieuwe huishouden en zal zich soms dan ook met de
opvoeding bemoeien. Irene: ‘De kinderen zullen wel af en
toe naar hem of haar moeten luisteren. Maar blijf
duidelijk. Zeg bijvoorbeeld: “Ik ben inderdaad je vader
niet, maar je moet toch om half een thuiskomen.” Schiet
nooit in de moeder- of vaderrol, want dat win je toch
niet van een puber. Als een puber het lastig vindt dat
er een nieuwe partner in het spel is, zal hij grenzen
opzoeken. Dat is logisch, maar blijf luisteren naar het
kind, want anders zal hij de ouders en eventuele nieuwe
partners alleen maar harder tegen elkaar uitspelen.’ ?
Blijf evalueren
Natuurlijk is co-ouderschap zwaar, maar het voorbeeld
van Roswitha en Harrie is niet het enige geval waarin
het goed gaat. Zo kreeg Irene de Groot een keer een
jongen in haar praktijk die zei: ‘Vet cool man, ik krijg
sinds mijn ouders co-ouderschap zijn aangegaan twee keer
zakgeld en ik ga in de zomer twee keer op vakantie.’
Andere pubers die zij sprak, baalden weer van het
feit dat ze door de dubbele vakanties geen tijd
overhielden voor een vakantiebaantje.
Met het wetsvoorstel van minister Donner om ouders
die willen scheiden, een verplicht ouderschapsplan in te
laten dienen, zullen misschien nog meer co-ouderschappen
worden geboren en slagen. In het plan moeten regels
staan over de zorg en opvoeding van de kinderen na de
scheiding. Irene twijfelt eraan of dit tot meer succes
zal leiden. ‘Het is goed dat ouders tot denken worden
aangezet, maar hoe wil Donner controle uitoefenen op dat
vooraf opgestelde plan?’
Om het co-ouderschap zo soepel mogelijk te laten
verlopen, vindt Irene het verstandig af en toe samen te
komen om zaken te evalueren. Volgens haar is het
voldoende om er twee keer per jaar voor te gaan zitten.
Vaker kan natuurlijk nooit kwaad. Ook is het prettig om
bij de ‘wissel’ te ventileren wat zich die week heeft
voorgedaan en wat er voor afspraken zijn gemaakt.
Roswitha en Harrie praten elkaar eens in de drie
weken bij. Maar ook tussendoor blijven ze graag op de
hoogte van het wel en wee van de meiden. Roswitha: ‘Als
ze hier niet slapen, heb ik wel contact met hen. Of zij
bellen, of Harrie en ik bellen. Het is toch fijn om te
weten hoe een bepaald proefwerk ging of hoe een
schoolfeest was. Harrie en ik hebben het geluk dat we
elkaar nog steeds belangrijk en aardig vinden. We doen
alletwee ons best om goed contact te onderhouden en zijn
altijd on speaking terms gebleven. Bovendien zijn we het
met elkaar eens dat de kinderen het allerbelangrijkst
zijn.’
Tekst Roosmarijn Pel
J/M Pubers mei 2005
Boek gedeelde kinderen.
Bespreking van:
Paula Lampe: Gedeelde kinderen. Co-ouderschap als keuze Uitgeverij
Ambo/Anthos
Een boek over de mogelijkheid,
maar vooral de onmogelijkheid om ná het huwelijk samen de lusten en de lasten
van de zorg voor kinderen te delen. Een conclusie: als één van de ouders tijdens
het huwelijk al nauwelijks voor de kinderen zorgde, is co-ouderschap tot
mislukken gedoemd.
Ouders maken de keuze om uit elkaar te gaan, en dit is doorgaans niet in
het belang van kinderen. Zeker in de eerste tijd na een scheiding hebben de
meeste kinderen meer te verliezen dan te winnen: het gezin valt uit elkaar, er
ontstaan vaak loyaliteitsproblemen, er is dikwijls minder geld te besteden, er
kan sprake zijn van een verhuizing, verandering van school, enzovoorts. De
meeste ouders die gaan scheiden maken zich dan ook ernstig zorgen over het
welbevinden van hun kroost. De volgende vragen houden hen
bezig: 'wat doe ik mijn kind aan als wij uit elkaar gaan?' en: 'hoe kan ik
zorgen dat mijn kinderen het minste last krijgen van de scheiding?'
Minimaal 70-30%
"Gedeelde kinderen" is bedoeld voor ouders die worstelen met de genoemde vragen
en problemen. Paula Lampe heeft een zeer informatief boek geschreven voor ouders
die gaan scheiden, maar ook voor hulpverleners en advocaten. Lampe, zelf
gescheiden en nu ex-co-ouder, geeft ouders handvatten — die zij zelf zo node
miste — om een verantwoorde keuze te maken voor of tegen co-ouderschap. Onder
co-ouderschap wordt het volgende verstaan; het na de scheiding gezamenlijk
verzorgen van de kinderen, met een minimale verdeling in tijd van 70%—30% over
de week of maand. Er zit ook een formele kant aan: het gezamenlijk dragen van
juridisch gezag over de kinderen.
Door middel van
literatuuronderzoek, een enquête en een beschrijvend praktijkonderzoek (met de
hulp van Marco Algera) maakt Paula Lampe duidelijk wat de haken en ogen zijn van
co-ouderschap.
Omgangsregeling of co-ouderschap?
Dit boek is nuttig, omdat eenderde van het totaal aantal huwelijken op
echtscheiding uitloopt. Bij ruim tweederde daarvan zijn minderjarige kinderen
betrokken. Kinderen tussen de 10 en 19 jaar lopen het meeste risico op een
scheiding van hun ouders.
De eis tot scheiding wordt in
meer dan de helft van de gevallen door de vrouw gedaan, waarbij de ongelijke
verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de voornaamste reden is. Dit punt, de
verdeling van zorg- en opvoedingstaken is op zich een behoorlijk goede indicator
of co-ouderschap een redelijke kans van slagen heeft. De meeste mannen die zich
in het huwelijk nauwelijks bezig houden met de verzorging en opvoeding van de
kinderen, doen dat ook niet na de scheiding. Kiezen voor een omgangsregeling —
Lampe noemt het 'verdeeld ouderschap' heeft dan meer kans van slagen dan co-ouderschap.
Lampe maakt duidelijk dat
ex-partners die voor co-ouderschap kiezen, zich goed moeten realiseren dat ze
hoge eisen aan zichzelf, aan elkaar en aan de kinderen stellen. Eigenlijk vindt
ze dat alleen modelkinderen geschikt zijn. Je gaat vermoeden dat ook alleen
modelvolwassenen geschikt zijn. Het co-ouderschap heeft volgens Lampe een
paradoxaal karakter: wel uit elkaar gaan als partners, maar als ouders intensief
contact moeten blijven houden over de kinderen. Dit blijkt in de praktijk een
zware wissel te trekken op de betrokken kinderen en hun ouders.
Het boek is zeer leesbaar en
overzichtelijk geschreven voor de doelgroep van gescheiden ouders. Met name
bijlage 1 geeft een praktische handleiding aan ouders die gaan scheiden om zelf
te beoordelen of ze geschikt zijn voor co-ouderschap.
Scheve sekseverdeling
Kritiek heb ik echter ook: het beschrijvend praktijkonderzoek is gebaseerd op
een populatie van 42 mensen, verdeeld over 21 vrouwen, 6 mannen en 15 kinderen.
Het is waarschijnlijk moeilijk om een grotere groep te vinden, maar ik vind de
populatie te klein en de verdeling naar sekse te scheef om de resultaten van het
onderzoek als algemeen geldend te verklaren.
Na het lezen dan dit boek werd ik
daarom erg nieuwsgierig naar de mensen die erin slagen om van hun co-ouderschap
wèl een succes te maken. Deze groep komt jammer genoeg in het boek niet aan bod.
Bij een weloverwogen beslissing voor of tegen co-ouderschap vind ik dat
informatie over succesfactoren niet kan worden gemist. Dat Lampe dit niet gedaan
heeft, kan te maken hebben met haar eigen achtergrond als ex-co-ouder.
uit oudersonline
Instanties weten zich geen raad
met co-ouderschap.
Steeds meer
ouders die uitelkaar gaan, willen samen voor de kinderen blijven zorgen. Nooit
meer weekendvaders, ruzie over bezoekrecht of moeders die tegen hun zin aan huis
zijn gebonden. Maar hoe leg je dit ideale compromis uit aan de woningcorporatie,
de sociale dienst, de belasting?
Door Ingeborg
van Teeseling. Overgenomen uit NRC Handelsblad dd 16 november 1996. Met dank
voor de toestemming tot overname.
De ouders waren het uiteindelijk eens
geworden. De scheiding was er door, maar dat betekende niet dat een van hen
opeens ophield voor hun dochter te zorgen. Ze zouden haar samen blijven
opvoeden, was de afspraak. Elk voor de helft van de tijd. Iedereen tevreden.
Behalve de Belastingdienst. Die wilde weten wat 'de helft van de tijd'
betekende. Een jaar heeft per slot 365 dagen en dat is niet deelbaar door twee.
Dus moest een van de ouders meer ouder zijn dan de ander, en kon er derhalve
geen sprake zijn van indeling in de voordelige tariefgroep 5. Tenminste, niet
voor allebei. Want die tariefgroep is er voor alleenstaande ouders, en die titel
kon volgens de Dienst maar aan een van beide ouders toevallen. Aan degene die
het kind die ene dag extra had. De ouders bedachten een creatieve oplossing.
Beiden hadden, zeiden ze, hun kind veertig procent van de tijd thuis. De overige
twintig procent zat het op school. Een perfect gelijke verdeling dus. Daar moest
de rechter maar aan te pas komen, vond de Belastingdienst. En die gaf de ouders
gelijk. Dan was er nog de kwestie van een ouderpaar dat in aanmerking wilde
komen voor een huis dat groot genoeg was om zichzelf en hun kind te huis vesten.
Apart, dan wel te verstaan.
Het enige probleem was dat een kind niet op
twee adressen tegelijk kan worden ingeschreven. De woningbouwvereniging wilde
derhalve maar een van beiden als alleenstaande ouder inschrijven. Ook hier
zochten de ouders hun toevlucht tot een ludieke aktie. Elke keer als het kind
van vader naar moeder verhuisde, in dit geval om de drie dagen, toog de
desbetreffende ouder naar de gemeente om dochterlief over te schrijven naar het
adres waar ze de volgende dagen zou verblijven. Uiteindelijk werd de ambtenaar
in kwestie hier zo moe van dat hij het kind, geheel illegaal, op beide adressen
inschreef.
Gelijke inzet
In 1978 schreef de Amerikaanse pedagoge
Miriam Galper 'Coparenting'. Twee jaar later verscheen het boek in de
Nederlandse vertaling als 'Co-ouderschap. Een gids voor ouders die na de
scheiding hun kind samen willen blijven opvoeden'. Galper was ervan
overtuigd dat het mogelijk zou moeten zijn om na een verbroken relatie het
gezamelijk gekozen ouderschap ook samen te blijven uitoefenen. Weliswaar niet
meer in hetzelfde huis, maar wel met een gelijke inzet van tijd en
verantwoordelijkheid.
Na decennia van weekendvaders, ruzie over
bezoekrecht en tegen hun zin aan huis gebonden moeders, leek dit het ideale
compromis. In Nederland wordt het nieuwe co-ouderschap enthousiast omarmd en is
het op het moment één van de meest in het oog lopende 'nieuwe leefvormen'. Nog
maar 38 procent van alle huishoudens in Nederland bestaat uit het traditionele,
volledige gezin. En in 2005 zullen er naar schatting 400.000 eenoudergezinnen
zijn, twee keer zoveel als tien jaar geleden. Vooral voor het linkse volksdeel
past het goed in het streven naar een gelijkere verdeling van arbeid en zorg.
Marianne van Doorn was destijds een van de
eersten die na haar scheiding de praktische verantwoordelijkheid voor de
kinderen met haar exman bleef delen. „In ons huwelijk liepen de zaken ook gelijk
op. We werkten allebei vier dagen en zorgden een dag in de week voor onze twee
dochters. De rest van de tijd was er een oppas." Toen de relatie stuk liep
raakte ze in paniek. „1k was bang dat ik mijn baan zou moeten opzeggen en
veroordeeld zou zijn tot een leven als bijstandsmoeder. De wereld verkleind tot
luiers verschonen en breien langs de zandbak." Het idee van co-ouderschap kwam
als een redding. „Zo bleef de combinatie werk en kinderen mogelijk, zowel voor
mij als voor Frans."
Juridische ondersteuning
Vier jaar later, in 1984, kwam er juridische
ondersteuning van het ideaal: de Hoge Raad maakte het mogelijk dat ouders samen
de ouderlijke macht blijven houden in plaats van de gebruikelijke
voogdijregeling, waarbij een ouder voogd en de ander toeziend voogd wordt. Toch
blijkt co-ouderschap in de loop van de jaren moeilijk te vangen onder simpele
regels. Zijn het in het begin vooral gescheiden paren die tot deze regeling
overgaan, naarmate de tijd vordert komen er steeds meer vormen bij.
Samenwonenden met kinderen gaan ook uit elkaar en recentelijk zijn er zelfs
steeds meer mensen die er voor kiezen om, ook als ze kinderen krijgen, apart te
blijven wonen. Bij hen is dus sprake van een co-ouderschap dat niet ontstaat na
de relatie, maar tijdens.
Jilly Brown en Paul van Straaten kregen hun
eerste kind in 1994. „Een paar jaar daarvoor hadden we een tijdje samengewoond,
maar dat was geen succes", vertelt Van Straaten. „Toen de relatie alleen nog
maar leek te draaien om discussies over de afwas, hebben we ons huis ingeruild
tegen twee grote etagewoningen in dezelfde wijk. Daarmee kreeg de liefde weer
een kans en voelden we ons na verloop van tijd zeker genoeg om kinderen te
krijgen. We hebben nu twee zoons, die we elk steeds een week alleen verzorgen.
Wel eten we vrijwel altijd samen en in de weekends zijn we met z'n allen in een
van beide huizen. Natuurlijk is het organisatorisch weleens ingewikkeld, maar
het alternatief lijkt me helemaal rampzalig."
De praktische invulling van het co-ouderschap
verschilt van geval tot geval. Zo zijn er ouders die elk in hun eigen huis wonen
en de kinderen om de zoveel dagen laten verhuizen. Of de ouders blijven samen in
hetzelfde huis wonen, dat ze alleen anders indelen. Ze kopen twee huizen naast
elkaar met een gemeenschappelijke kinderruimte. Er is ook een variant met drie
huizen, een voor de kinderen en twee voor de ouders, komt voor. En zelfs bij
dieren schijnt het schering en inslag te zijn. Zo zong een kleine vogel in
Sesamstraat, het kinderprogramma van de Nos, vier jaar geleden: „Mama zit in
deze boom/ en papa woont dichtbij/ ze zijn niet met mekaar/ maar ze zijn dol op
mij."
Door al dat georganiseer is co-ouderschap
geen simpele oplossing. ' Marianne van Doorn: „Het geregel is soms om gek van te
worden. Vooral nu de kinderen op de middelbare school zitten. Voortdurend wordt
er heen en weer gefietst om boeken en kleren op te halen die in het andere huis
liggen. En ik krijg regelmatig vriendinnen van mijn dochters aan de telefoon die
vergeten zijn dat de meiden die avond bij hun vader zijn. Maar het grote
voordeel is dat we door die praktische afstand ook meer geestelijke distantie
kunnen opbrengen. Ik zit niet op hun lip en zij niet op de mijne. Daarom maken
we minder ruzie dan we waarschijnlijk anders zouden doen."
Gedeeld gezag
Maar de overheid blijft het ingewikkeld
vinden als mensen een andere vorm van samenleven kiezen dan de 'normale'. En dus
levert de grote verscheidenheid in persoonlijke keuzes binnen het co-ouderschap
niet alleen privéobstakels op bij de betreffende ouders, maar vooral bij de
instanties. Die raken geheel verstrikt in hun pogingen te komen tot uniforme
regels. Ondanks adviezen van de Emancipatieraad en de Nederlandse Gezinsraad
weigert de overheid het co-ouderschap te regelen.
Eind 1995 werd een klein beginnetje gemaakt
met een wijziging van het Burgerlijk Wetboek - maar ook dan komt het woord
'co-ouderschap' niet voor. Wel de term 'gezamenlijk ouderlijk gezag'. Woorden
als 'voogd' en 'toeziend voogd' verdwijnen, in ieder geval met betrekking tot de
ouders. Die krijgen het ouderlijk gezag, en als ze het aanvragen kunnen ze dat
delen. Ook voor samenwonenden is er die mogelijkheid, alleen moeten zij een
verzoek indienen bij de griffie van het kantongerecht.
De Werkgroep Ko, de belangenorganisatie van
co-ouders, is niet gelukkig met het geworstel van de wetgever. Zij zou graag
zien dat de status van de co-ouder duidelijk wordt vastgelegd. Kovoorzitter Lex
van Rootselaar: „We pleiten ervoor dat het ouderlijk gezag na het opbreken van
een relatie automatisch in stand blijft. Co-ouderschap als regel dus, in ieder
geval formeel. En alleen als er zwaarwegende redenen zijn zou het dan mogelijk
moeten zijn om een van beide ouders zijn 'macht' te ontzeggen."
Ko bepleit in feite het omgekeerde van de
huidige formulering van de Hoge Raad, die in 1994 uitsprak dat 'beide ouders het
co-ouderschap moeten willen.' „Want dat betekent in de praktijk dat degene die
de afspraak opbreekt, in de regel de vrouw, bijna automatisch de kinderen krijgt
toegewezen. Wij vinden dat hierin het principe zou moeten gelden van 'de
vervuiler betaalt'. Wie het co-ouderschap onmogelijk maakt, verliest daarmee een
deel van zijn rechten."
Tim Rohan heeft de prijs betaald voor de
huidige regeling.(Drie jaar geleden werd zijn ex-vrouw verliefd op iemand
anders. Het nieuwe paar trouwde, kreeg een kind en merkte hoe ingewikkeld het is
om een heel en een half gezin tegelijk te zijn. Na een jaar proberen werd het
co-ouderschap, dat toen inmiddels al acht jaar naar ieders tevredenheid bestond,
door de moeder opgezegd.
Rohan: „Van volwaardig vader werd ik
gedegradeerd tot weekendvader. Ik zie ze nu eens in de twee weken en dat is veel
te weinig. Voor hen, maar ook voor mij. Ik weet nauwelijks meer waar ze mee
bezig zijn, raak de draad van hun leven kwijt. Die machteloosheid, dat is
misschien nog wel het ergste. En natuurlijk is de relatie met mijn ex er ook
niet beter op geworden."
Vechtersmentaliteit
Het gebrek aan algemeen geldende richtlijnen
betekent dat op het moment elke instantie zelf beslist wat zij het beste vindt.
Zo zijn sommige woningbouwverenigingen en gemeenten in Nederland heel coulant in
het toewijzen van twee behoorlijke woningen. Die moeten dan wel voorhanden zijn.
Wat betekent dat je met name in het westen een lange adem en een goede
vechtersmentaliteit moet hebben om aan een huis (of twee) te komen.
Ook dan willen de regels nog wel eens
wijzigen. Drie jaar geleden kreeg Chris Baerveldt een eengezinswoning toegewezen
voor hemzelf en zijn dochter Linde. Maar toen vrienden van hem datzelfde twee
jaar later probeerden, in dezelfde wijk, kregen ze nul op het rekest. Een
standpunt dat nu, nadat Baerveldt zijn beklag deed bij een raadslid van Groen
Links, waarschijnlijk weer zal worden teruggedraaid.
Overigens zegt dat niets over het toewijzen
van een gezinstarief in het kader van de huursubsidie. Dat gaat aan Baerveldts
neus voorbij, ondanks een poging, tot aan de Hoge Raad aan toe, om ook daarin
zijn gelijk te krijgen. De hoogste rechtsinstantie van Nederland bleef daarin op
het standpunt staan dat Baerveldt alleen recht had op het alleenstaandentarief -
Linde staat immers voor de Burgerlijke Stand bij haar moeder ingeschreven. Een
argument dat dus wel gold ten aanzien van huursubsidie, maar niet met betrekking
tot het toegewezen krijgen van een woning. „Ik begrijp daar niets van", zegt
hij. „Het lijkt alsof al die instanties geen enkel contact met elkaar hebben.
Alsof de Baerveldt in de computer van de woningbouwvereniging een andere is dan
die in het systeem van de gemeente."
Eenzelfde soort tegenstrijdigheid komt
regelmatig voor als het gaat om de Bijstandsuitkering. Het probleem daarbij is
dat een co-ouder noch kan worden gezien als een alleenstaande (hij heeft immers
een kind dat hij verzorgt), noch als een eenoudergezin (want de helft van de
tijd is hij alleenstaande). Dat heeft financiële consequenties. Als
eenoudergezin krijgt de uitkeringsgerechtigde negentig procent van de
gezinsnorm, terwijl een alleenstaande maar zeventig procent op zijn rekening
bijgeschreven ziet. Maar wat moet iemand krijgen die de helft van de tijd het
een en de helft van de tijd het ander is?
In het oorspronkelijke wetsvoorstel voor de
nieuwe Algemene Bijstandswet was een aparte regeling opgenomen voor de
vaststelling van de bijstandsnorm voor co-ouders. Die volgde de opgebouwde
jurisprudentie: als de ouder het kind verzorgt wordt hij aangemerkt als
alleenstaande ouder, de rest van de tijd is hij alleenstaande. Een ingewikkelde
constructie, zeker, maar na jaren van touwtrekken en hoofdbrekens van rechters,
leek er in ieder geval een soort duidelijkheid te ontstaan. Een die voor elke
uitkeringsgerechtigde zou gelden.
Vereenvoudiging
Het voorstel heeft de nieuwe wet niet
gehaald. Het kabinet kende een hogere prioriteit toe aan de vereenvoudiging van
de normen en vond dat het maar aan de individuele gemeenten moest worden
overgelaten „welke benadering gezien de omstandigheden van de betrokkene het
meest passend is. Zo verhuisde Jan van Zijl twee jaar geleden van Almere naar
een dorp in Friesland. Evenals zijn vriendin, die daar een baan gekregen had.
Het co-ouderschap werd voortgezet, net als zijn bijstandsuitkering. Dacht hij.
„In Almere kreeg ik tachtig procent van de gezinsnorm, een middeling tussen
zeventig en negentig procent. Maar hier vinden ze co-ouderschap maar vreemd, en
blijven ze me beschouwen als een alleenstaande. De ambtenaar aan het loket zei
zelfs dat zij zich niet kon voorstellen dat mijn vriendin onze zoon de helft van
de tijd 'aan mij toevertrouwde'. Ik heb van alles geprobeerd. Brieven
geschreven, protest aangetekend, gesprekken gevoerd met de hoogste baas. Het
heeft tot nu toe allemaal geen enkele zin gehad. En een proces durf ik eigenlijk
niet aan. Want als ik verlies moet ik de kosten betalen. En ik zou niet weten
waarvan."
Waar de wet zich wel over uitspreekt is de
sollicitatieplicht voor ouders met kinderen onder de vijf jaar. Door tussenkomst
van GPV-kamerlid Schutte kunnen co-ouders nu in aanmerking komen voor een
gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsverplichting. Maar dan wel alleen voor de
tijd dat ze hun kind hebben, en alleen als ze het zo regelen dat ze minimaal
twintig uur per week aaneengesloten voor de arbeidsmarkt beschikbaar zijn. „Dat
is des te meer gerechtvaardigd omdat de taakverdeling ten aanzien van de
verzorging van de kinderen in veel gevallen door de betrokkenen zelf is bepaald
of in onderling overleg in overeenstemming kan worden gebracht met de
arbeidsvoorwaarde die de bijstand stelt", zegt de wet. Waarbij moet worden
aangetekend dat ook hier de gemeenten de mogelijkheid behouden om van deze
algemene regel af te wijken. Volgens directeur Lemmen van Divosa, de
belangenvereniging van Sociale Diensten, kan dat betekenen dat sommige Diensten
hun klanten zullen dwingen tot het bedenken van een andere
co-ouderschapsregeling. En zelfs, als dat niet mogelijk is, tot het beëindigen
ervan. „De individuele vrijheid van de burger wordt begrensd als er
gemeenschapsgeld in het geding is. Ik vind niet dat wij hoeven te betalen voor
de persoonlijke keuzes van mensen."
Het is lastig, erkent Lemmen, dat geen enkele
uitkeringsgerechtigde kan overzien wat het beleid van zijn of haar gemeente is.
Grappend zegt hij dat die situatie kan leiden tot 'bijstandstoerisme'. Gelachen
heeft de directeur overigens ook kort geleden, toen Bert de Vries, momenteel
voorzitter van de Sociale Verzekeringsbank, suggereerde om mensen in de AOW een
individuele uitkering te geven en niet meer te kijken naar een eventuele
gezamenlijke huishouding. „Dat zijn toch hele andere teksten dan wij van hem
hoorden toen hij als minister nog verantwoordelijk was voor de voorbereiding van
de nieuwe wet. Toen was hij fel gekant tegen individualisering en schoot hij elk
voorstel van ons in die richting af."
Lemmen is er nog steeds van overtuigd dat
individualisering de oplossing voor veel problemen is. „Zowel bij de Aow, als
bij het co-ouderschap en elke andere nieuwe leefvorm die op dit moment opgeld
doet. De maatschappelijke realiteit is nu eenmaal te ingewikkeld geworden. Maar
hij heeft het destijds niet willen regelen, wat betekent dat de Sociale Diensten
te kampen hebben met uiterst gecompliceerde uitvoeringsproblemen. Zij betalen de
rekening."
Co-ouder Jan van Zijl voelt zich overigens
evenzeer 'slachtoffer' als de Sociale Diensten. „Natuur1ijk hoort geld niet
belangrijk te zijn. Maar als je het niet hebt gaat het alles beheersen. Mijn
zoon is dol op zijn grootouders. Maar vaker dan één keer per maand kan ik me een
retourtje nu niet meer permitteren. Want co-ouderschap is al duur, zonder dat je
door de Dienst. gekort wordt. Dubbel speelgoed,. twee kamers, twee volle
klerenkasten. ': Wat niet wil zeggen dat ik niet achter mijn keuze sta om mee te
verhuizen. ' Anders was ik Remco kwijt geweest. En dat lijkt me nog erger. Ik
wil vader zijn, niet zomaar een man die weleens langs komt. Dat gevecht ben ik
aangegaan en zal ik blijven voeren."
Verwarde instanties, verwarde ouders. Vandaar
dat het volgens de Werkgroep ko tijd wordt dat de wetgever een uitspraak doet,
zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Onderwijl raadt Kovoorzitter Lex van
Rootselaar de zoekende ouders aan 'zo weinig mogelijk' officieel op te geven.
„En als je meerdere kinderen hebt, is het verstandig het ene kind in te
schrijven op het ene adres en het andere op het andere." Maar waar wijsheid ligt
in slimmigheidjes, duidt dat voor ons op een falende overheid', zegt Van
Rootselaar. En nemen ouders hun toevlucht tot ingewikkelde oplossingen.
Een nieuw gezin
na de scheiding
Een nieuwe liefde
na een scheiding. Geweldig, maar niet altijd gemakkelijk. Hoe zullen de kinderen
reageren, en hoe komt de inzichten over de opvoeding een beetje op één lijn?
Drie stellen vertellen.
Godelieve
Overbeeke (32) is moeder van Zoë (6). Ze is gescheiden toen Zoë drie was en
woont sinds ruim een jaar samen met Jan Westermeyer (36). Godelieve en Jan
hebben eigenlijk nauwelijks nagedacht over de kwestie of Jan nu wel of niet bij
Godelieve en Zoë zou intrekken. Het is gewoon zo gelopen. Hun relatie begon op
het moment dat Jan voor een half jaar naar Turkije vertrok om daar te werken, en
toen hij terugkwam, had hij geen woonruimte. Het klikte zó goed tussen hem en
Godelieve, dat de oplossing voor de hand lag: hij trok bij haar en haar dochter
in. Jan: "In eerste instantie vond ik het niet erg positief dat Godelieve een
kind had, dat geef ik eerlijk toe. Ik heb altijd een nogal losbandig leven
geleid en was bang dat mijn leven er met een kind heel anders uit zou gaan zien.
Ik wist niet of ik dat nou wel zo leuk vond. Maar ik hield, ik hou van Godelieve,
en al snel bleek Zoë echt een fantastisch kind te zijn." Godelieve: "Zoë trok
ook al snel naar Jan toe. Voor hij bij ons introk, had ze hem twee keer een week
meegemaakt en toen ze hem daarna weer zag, was ze helemaal blij. Hij kreeg zelfs
allemaal kusjes op zijn gezicht, heel lief." De dingen op zijn beloop laten en
vooral niets forceren, dat was volgens Jan en Godelieve dé succesformule om de
overgang die hun relatie voor Zoë met zich meebracht, soepel te laten verlopen.
Jan werd bijvoorbeeld nooit geïntroduceert als haar 'nieuwe vader'. Godelieve:
"Jan ís simpelweg niet haar vader. In het begin vergiste ze zich wel eens en
noemde ze Jan wel 'papa', maar nu niet meer. Ik en mijn ex-man zijn co-ouders en
we hebben een goed contact met elkaar, dus Zoë weet heel goed wie haar vader is
en ze brengt veel tijd met hem door. Als hier een vriendinnetje van haar speelt
die Jan 'jouw papa'noemt, zal Zoë dat ook meteen corrigeren. 'Dat ís niet mijn
papa, dat is de nieuwe vriend van mijn moeder', zegt ze dan." Niet alleen voor
Zoë was het een overgang dat Jan er ineens bij was, maar, na twee jaar alleen
moederen, ook voor Godelieve. Godelieve: "In de tijd dat ik alleen met Zoë was,
had ik het gevoel dat ik alles voor haar moest zijn. Moeder, speelkameraadje,
opvoeder. Ik was vrij toegeeflijk en soepel, want ik kon de zorg niet even aan
iemand anders overdoen en wilde het dus een beetje gezellig houden in huis, ook
als ik eigenlijk boos op haar was. Sinds Jan er is, heb ik dat veel minder. Ik
ben nog steeds Zoë's moeder, opvoeder en speelkameraadje, maar de druk dat
alleen ík alles voor haar moet zijn, is weggevallen. Al ben ik nog steeds vrij
gemakkelijk. Jan is een stuk strenger." Die wat striktere, consequentere manier
van opvoeden van Jan, is Zoë nu wel gewend, en Jan ook. In het begin probeerde
Zoë hem vaak uit, en vroeg hij zich af in hoeverre hij er nu wel of niet iets
van moest zeggen. Jan: "Maar op een gegeven moment dacht ik: Ja zeg, ik laat me
niet op de kop zitten door een vijfjarige! Als ik dan zei dat ze naar mij moest
luisteren, keek ze me aan alsof ze zich afvroeg waar ik me in hémelsnaam mee
bemoeide. Maar ik hield gewoon voet bij stuk, en na een tijdje accepteerde ze
dat ook wel van me. Godelieve heeft er geen problemen mee dat ik het soms anders
aanpak dan zij. Daar hebben we ook een afspraak over gemaakt: ik doe het zoals
het voor mij goed voelt, en als ze het ergens echt niet mee eens is, wat maar
zelden voorkomt, hoor ik het wel. Maar dan wel graag pas als Zoë de kamer uit
is!"
Petra Kiewiet (32)
is moeder van Robin (6) en Didier (3). Ze is twee jaar geleden gescheiden.
Binnenkort gaat ze samenwonen met Rob den Hollander (34). Rob is drie jaar
geleden gescheiden en is vader van Steven (6) en Annemijn (4). Toen ze elkaar
net kenden, spraken ze af dat ze zich niet te veel zouden bemoeien met de
opvoeding van elkaars kinderen. Er was door de scheidingen al zo veel veranderd
voor Robin, Didier, Steven en Annemijn, en andere regels in huis zouden de
kinderen alleen maar verwarren. "Maar," zegt Petra, "in de praktijk bleek er
niet aan te ontkomen je met álle kinderen te bemoeien. Je leeft toch samen in
één huis." Tenminste, in de weekenden, want Rob en Petra wonen niet bepaald bij
elkaar in de buurt: zij in Ermelo, hij in Leiderdorp. Elk weekend komt Rob naar
Ermelo, en drie van de vier weekenden neemt hij zijn kinderen mee. Petra: "Nu
kunnen de kinderen het goed met elkaar vinden, maar in het begin was er wel
strijd. Robin en Didier vonden het bijvoorbeeld erg moeilijk om hun speelgoed te
delen. Dat hadden we niet voorzien, maar eigenlijk is het wel logisch dat ze het
als een overval ervaren als er in het weekend ineens twee kinderen binnen komen
stormen die zich op hun speelgoed storten. We hebben toen afgesproken dat Steven
en Annemijn voortaan wat eigen speelgoed mee zouden nemen, zodat Robin en Didier
ook wat terug zouden krijgen." Petra en Rob verschillen nogal. Zij druk en
impulsief, hij rustig en nadenkend. Zij geeft wat makkelijker toe dan hij - ook
omdat ze al drie jaar last heeft van een whiplash en niet altijd de energie kan
opbrengen consequent te zijn -, zijn kinderen hebben zich aan meer regels te
houden dan de hare. Rob: "Petra vindt het geen probleem als Robin en Didier van
tafel gaan als ze hun eten op hebben, terwijl ik wil dat mijn kinderen blijven
zitten tot iedereen klaar is. We willen daar nu één lijn in trekken en proberen
Robin en Didier zo ver te krijgen dat ze blijven zitten. Wat niet altijd lukt
natuurlijk." Petra heeft af en toe het gevoel dat Rob te snel gaat. Petra: "Robin
is al zes jaar een bepaalde manier van opvoeden gewend en kent de regels die
daarbij horen, en dat verander je natuurlijk niet in vijf, zes weken." Rob:
"Gisteren nog, weigerde Robin iets met Steven te delen. Daar kan ik niet tegen
en ik werd boos. Petra keek er zogezegd iets anders tegenaan, en het was ook
niet eerlijk van mij om hem zo op zijn donder te geven. In de levens van de
kinderen verandert al zo veel, wie ben ík dan om meteen te zeggen wat er wel en
niet mag? Daarin moet ik mezelf dus wel wat afremmen." Petra probeert dus haar
kinderen aan wat meer regels te laten wennen, terwijl Rob zijn manier van
opvoeden meer is gaan relativeren. Rob: "Petra brengt een nieuwe invalshoek in,
en dat vind ik wel interessant." Zo heeft iedereen tijd nodig aan de nieuwe
situatie te wennen. Wat aardig de goede kant op gaat. Steven en Annemijn staan
vrijdags te popelen om naar Ermelo af te reizen, Steven en Robin willen straks
een gezamenlijke slaapkamer en Didier is het vrolijke, makkelijke jongetje
gebleven dat hij altijd was. Rob: "Het is af en toe best zwaar en vermoeiend
natuurlijk, vier kinderen, maar Petra en ik hebben hier allebei duidelijk voor
gekozen. Dat we zo gelukkig zijn met elkaar en erg goed kunnen praten, geeft me
het vertrouwen dat het gaat werken."
Rick Schoen (45)
is onlangs getrouwd met Tania Liguori (44). Rick heeft uit zijn vorige huwelijk
twee kinderen, Lucy (20) en Sally (8). Sinds de scheiding, ruim twee jaar
geleden, zijn Rick en zijn ex-vrouw co-ouders. Tania is psychologe en zag er
eigenlijk niets in, een man met kinderen. In haar werk had ze daar al genoeg
ellende van zien komen. Maar ja, om dan maar een punt te zetten achter de
beginnende liefde? Rick: "Tania en ik hebben elkaar ontmoet via internet. Zij
woonde in Sao Paulo in Brazilië, had daar een eigen praktijk. Via chatten met
webcam hebben we elkaar goed leren kennen, ook al was er fysiek gezien afstand.
We werden echt stapelverliefd. Ik had wel last van mijn geweten tegenover de
kinderen, vroeg me af of het wel goed was hen met een nieuwe relatie op te
zadelen." Toch besloten Rick en Tania ervoor te gaan. Zij zegde haar praktijk en
flat op en kwam naar Nederland, waar ze meteen bij Rick introk. Lucy was in het
begin wel afstandelijk, en Sally had dat ook als ze net een paar dagen bij haar
moeder was geweest. Rob: "Gelukkig heeft Tania dat nooit persoonlijk opgevat.
Vanuit haar vak weet ze dat er tijd nodig is om te wennen. Ze is gewoon zichzelf
gebleven en bemoeide zich in het begin niet met de opvoeding. Bekeek van een
afstandje hoe ik het aanpakte, en heel geleidelijk is haar inbreng erbij
gekomen. Zo zijn Tania en de kinderen langzaam naar elkaar toegegroeid." Tania
is niet bij het interview, want ze wacht in Brazilië haar verblijfsvergunning
af. Haar cultuur speelt zeker een rol in de manier waarop ze met de kinderen
omgaat. Rick: "Ik laat de teugels graag een beetje vieren. Dat heeft met mijn
aard te maken, maar ook met het feit dat de scheiding voor de kinderen
natuurlijk niet leuk geweest is. Daar mag wel wat zachtmoedigheid tegenover
staan. Tania vindt dat maar niks. In Brazilië gaan ze over het algemeen veel
strakker met kinderen om. Sally kijkt graag naar Onderweg naar morgen, maar dat
zet Tania resoluut af. Da's niks voor een kind van acht, vindt ze." Het heeft
wel even geduurd voor Sally genoegen nam met die benadering en braaf een ander
programma koos. Logisch, volgens Rick, want zoiets valt niet te forceren.
Hijzelf heeft eigenlijk nooit zulke problemen gehad met Tania's ideeën:
"Kinderen opvoeden is het moeilijkste wat er is, en daarom vind ik het wel
handig te zien hoe je dingen op een andere manier kunt oplossen." Nog even, dan
komt Tania definitief naar Nederland en kan het nieuwe leven echt beginnen.
Interviews:
Fréderike Geerdink
Maart 2001
Terug naar begin
Author information goes here.
Copyright © 2001 [OrganizationName]. All rights reserved.
Revised: 02/24/08.