.nl                                 meest gestelde vragen links artikelen


 

 

  1. Tips voor een goed lopend co-ouderschap
  2. Co-ouderschap bij pubers
  3. Boek gedeelde kinderen
  4. Uit het NRC handelsblad
  5. Interview van Fréderike Geerdink

Tips voor goed lopend co-ouderschap

Een scheiding is al lastig genoeg. Gelukkig is het niet meer nodig dat een kind daarna ook nog eens een van beide ouders moet missen: het co-ouderschap is in 96% van de echtscheidingen een hele goede mogelijkheid. Als tenminste beide ouders graag voor de kinderen willen blijven zorgen.

Praktische aanpak
Als je relatie voorbij is, ben je nog steeds beiden de ouders van je kind. Dat gaat niet over. Steeds meer scheidende ouders kiezen daarom dus voor een co-ouderschap na de scheiding. Het lijkt erop dat dit ‘thuis zijn in twee werelden’ een uitstekend uitgangspunt is voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden. De beide ouders hebben zelf ook plezier van een co-ouderschap: niet alleen delen ze ‘quality time’ met hun kinderen, ze hebben ook beiden de mogelijkheid om na hun scheiding weer een eigen leven op te bouwen, in de tijd dat de kinderen bij de co-partner zijn, hun ex.

Het ouderschapsplan 
Een co-ouderschap wordt vaak begonnen in een emotioneel zware periode, waarin mogelijk nog maar net besloten is om het partnerschap te beëindigen, met alle consequenties van dien. Het is daarom tegenwoordig zelfs bij de wet verplicht, om bij elke scheiding waar kinderen bij betrokken zijn, een ‘ouderschapsplan’ op te stellen. In dit ouderschapsplan wordt vastgelegd hoe beide ouders om willen gaan met opvoedingszaken. Toch is het niet noodzakelijk dat het kind in beide huizen tot in detail precies dezelfde regels heeft waar het zich aan moet houden. Kinderen zijn uitstekend in staat om zich aan te passen en goed te functioneren bij onderlinge verschillen. Het belangrijkste is dat ze kunnen voelen dat ze in beide huizen, bij hun beide ouders welkom zijn, een onderdeel van dat huishouden zijn en dat er van ze gehouden wordt.

Wat vertel je de kinderen
De kinderen hebben duidelijke uitleg nodig over wat ze kunnen verwachten van de nieuwe situatie. Het is goed om hierbij de nadruk te leggen op de positieve kanten: “Je krijgt nu twee eigen kamertjes, je hebt twee huizen en twee keer speelgoed.” Laat je kind zoveel mogelijk zelf meedenken over de inrichting van het andere huis en laat het er wat vertrouwde spulletjes mee naar toe nemen om daar neer te zetten. Geef ook ruim de mogelijkheid om het kind zorgen, verdriet en boosheid te laten uiten. Co-ouders moeten de verleiding weerstaan om over elkaar te spreken met de kinderen of, erger nog, met elkaar te spreken via de kinderen. Het is heel belastend voor kinderen als de ouders lelijk doen over elkaar, terwijl ze zelf van beiden zoveel houden.

Structureer het overleg
Zorg dat elk kind een ‘heen-en-weer-tas’ heeft die altijd mee gaat van het ene huis naar het andere, waarin de belangrijkste knuffels, eventueel een dagboekje en lievelingskleren zitten. Om elkaar op de hoogte te houden van de belevenissen, gezondheidstoestand en eventueel belangrijke opmerkingen van het kind, kan een schrift gebruikt worden waarin beide ouders alles goed bijhouden wat het kind aangaat.
Een digitale vorm van overleg kan bijzonder praktisch zijn. Er bestaat een speciaal voor co-ouders ontwikkelde digitale agenda; op deze cokalender kunnen beide ouders en eventueel ook nieuwe partners, grotere kinderen en zelfs opa en oma afspraken noteren en kort overleg voeren over te nemen beslissingen.

Een nieuwe partner
Aan een eventuele nieuwe partner moet direct duidelijk gemaakt worden dat er geen vacature is voor de functie van ‘nieuwe ouder’. Een goede band tussen een nieuwe partner en het kind kan in de loop der tijd ontstaan en er zelfs toe leiden dat er bijvoorbeeld drie volwassenen naar het tien-minutengesprek op school zullen gaan of een toneelvoorstelling van het kind bijwonen. Dit kan alleen als beide ouders en het kind zich hier gemakkelijk genoeg bij voelen, wat enige oefening vereist. Vaak is er enige tijd nodig om zo’n situatie te laten ontstaan en vooral in het eerste jaar na de scheiding kan dat nog op emotionele weerstand stuiten.

Wanneer is co-ouderschap niet mogelijk 
Als een van beide ouders pertinent niet wil meewerken aan een co-ouderschap zal gekozen moeten worden voor een ouderwetse scheiding met een omgangsregeling. Ook verdenking van geweld of drugsgebruik sluit co-ouderschap uit als optie

 

Dit artikel is geschreven door Yoeke Nagel, auteur van het boek ‘Co-ouderschap, het beste van twee ouders’. Kijk ook eens op yoeke.com

klik hier om het boek te bestellen.Co-ouderschap<br>Yoeke Nagel
Co-ouderschap
Yoeke Nagel

In de nieuwe herdruk
van Dr. Spock heeft yoeke een kort hoofdstukje bijgedragen over co-ouderschap

 


Co-ouderschap bij pubers. 'Als ik alles geweten had...'

De ene week de kinderen, de andere week tijd voor jezelf. ?Co-ouderschap klinkt ideaal, maar de praktijk is vaak anders. Hoewel het ook goed kan gaan, vormen zeulende, ongelukkige pubers en gestreste ouders geen uitzondering.

‘Lekker voor je zeg, dat co-ouderschap. Dan ben je om de week van die draken verlost.’ Het is een van de reacties die co-ouder Irene de Groot regelmatig hoort. Ze heeft drie pubers en woont samen met Bert die ook nog twee pubers heeft waarover hij met zijn ex-vrouw ‘co-oudert’. In de kinderweek leven ze dus met vijf kinderen in huis. Maar in de kinderloze week zijn ze absoluut niet vrij.

‘De oudertaken stoppen niet in die kinderloze week. En anderen realiseren zich vaak niet dat ik mijn kinderen mis tijdens die week.’ Irene spreekt niet alleen als ervaringsdeskundige. Met haar bedrijf Ideemajeur geeft ze trainingen aan co-ouders, toekomstige co-ouders en pubers. Er is volgens haar nog veel te weinig bekend over co-ouderschap. Want hoewel deze vorm van ouderen - waarbij de kinderen afwisselend bij de vader en de moeder wonen - al zo’n vijfentwintig jaar geleden uit Scandinavië is overgewaaid, vind je de term in geen enkel wetboek terug. Daardoor zijn er ook geen rechten aan het woord te ontlenen. ‘Als ik tijdens mijn scheiding had geweten wat ik nu wist... Natuurlijk was ik er dan ook aan begonnen, maar dan had ik me beter voorbereid. Over de financiële kant van het co-ouderschap bijvoorbeeld had ik amper nagedacht. Als niemand je erover inlicht, dan denk je toch niet na over de verdeling van het schoolgeld van een puber, als je kind op dat moment nog in groep vier zit?’

Niet alleen over de financiën moet van tevoren nagedacht worden. Het is ook raadzaam af te spreken wie naar het consultatiebureau en de ouderavonden gaat en hoe de kinderen verjaardagen en feestdagen doorbrengen. En dat doet niet iedereen.

Elkaar vertrouwen

Te weinig informatie en te weinig voorbereiding resulteert in onduidelijke afspraken vooraf tussen co-ouders. Volgens Irene zijn dat de belangrijkste oorzaken van een falend co-ouderschap. ‘Communicatie tussen co-ouders is zo ontzettend essentieel en tegelijkertijd zo moeilijk als je in scheiding ligt. Ben je niet bereid of in staat op een volwassen manier met elkaar te praten, dan kun je er beter niet aan beginnen. Het gaat er in een co-ouderschap namelijk om dat je het kind centraal stelt. En niet jezelf. Dus continu in strijd zijn met je ex is geen optie, dan draait het nog steeds om jou.’

Regels wanneer je wel of niet aan een co-ouderschap moet beginnen, zijn er niet volgens Irene de Groot. Wel is het in sommige gevallen verstandig er nog eens even goed over na te denken. Want naast een goede communicatie met de ex-partner is het van belang de basis van een kind stabiel te houden. Dat betekent dus dat het kind op dezelfde school en sportclub kan blijven, met dezelfde vriendjes kan spelen en in dezelfde stad blijft wonen. Woont vader in Leeuwarden en moeder in Eindhoven, dan wordt het al een lastig verhaal.

De afspraken die ouders met elkaar maken, kunnen worden vastgelegd in een convenant of een notariële akte. Hoewel zo’n convenant bijdraagt aan succes, geeft het geen garantie. Een co-ouderschap kan volgens Irene toch nog stuklopen als er te weinig vertrouwen en respect tussen de ex-partners is. ‘Vertrouw je ex als ouder en blijf hem of haar niet als partner beoordelen. Vlieg niet direct tegen het plafond als de kinderen ‘lelijke’ kleding aanhebben als ze terugkomen van de andere ouder. Pas als een kind zelf aangeeft niet meer naar een van de ouders te willen, is er iets mis.’

Tot rust komen

En dat komt voor in de puberteit. Pubers hebben geen zin constant met hun spullen te zeulen. Het is belangrijk dat co-ouders van pubers goed naar hun kind luisteren en het accepteren als een kind niet meer bij een van de ouders wil wonen. Dat heeft volgens Irene niets met de ouder te maken. Irene: ‘Een puber heeft veel onrust in zijn leven en kan door permanent bij een van de ouders te gaan wonen meer stabiliteit creëren. Als een kind aangeeft te willen verhuizen, moeten ouders bereid zijn het naar de ander te laten gaan.’

Roswitha Manning en haar ex Harrie van Leeuwen zijn ruim twee jaar geleden gescheiden gaan wonen. Samen zorgen ze voor hun twee dochters, Lucie (15) en Sacha (13). Om het co-ouderschap zo veel mogelijk kans van slagen te geven, zijn beiden na de scheiding in dezelfde stad blijven wonen. De meisjes wonen de ene week bij Roswitha, de andere bij Harrie.

Week-op-week-af is volgens Irene de Groot voor pubers de prettigste vorm. ‘Twee weken bij een van de ouders vinden kinderen zelf te lang en een halve week kan bij kleintjes nog wel, maar geeft voor pubers te veel rompslomp. Eer een vijftienjarige al haar kleding, make-up, sport- en schoolspullen bij elkaar heeft geraapt en later weer heeft uitgepakt, is er al een halve week voorbij. Kinderen - zeker pubers - hebben tijd nodig om tot rust te komen.’

Veel co-ouders besluiten om de kinderen in beide huizen een eigen garderobe, eigen sportspullen en eigen cosmetica te geven. Ouders moeten natuurlijk wel over de middelen beschikken om een dubbele kledingkast voor de kinderen aan te schaffen, maar bestaat die mogelijkheid, dan geeft het pubers rust.

Roswitha: ‘Sacha en Lucie hebben inderdaad kleding bij Harrie en bij mij. Als ze iedere week hun shirtjes en mascara opnieuw moeten inpakken, wordt het veel te onrustig. In het begin verhuisden de meiden om de paar dagen, maar ook dat gaf veel onrust. Het was meer vanuit ons gedacht dan vanuit de meiden. Nu verhuizen Sacha en Lucie om de week, maar die afspraak is niet heel strikt. We wonen zo dicht bij elkaar dat als het uitkomt, ze ook best bij Harrie kunnen eten en bij mij kunnen slapen of andersom.’

De in de literatuur veelgeprezen oplossing om de kinderen in het ouderlijk huis te laten wonen en zelf een woning in de buurt te zoeken, zodat alleen de ouders wekelijks moeten verhuizen, vindt Irene geen aanrader. ‘Ouders blijven op die manier te veel in elkaars leven verwikkeld en kunnen hun relatie moeilijk afsluiten. Bovendien bestaat de kans dat kinderen het gevoel krijgen dat het wel weer goed komt. Met die illusie doe je ze alleen maar meer pijn.’

Ik ben je vader niet

De puberteit maakt het co-ouderschap dus extra lastig. Maar het is niet de enige valkuil. Het co-ouderschap loopt ook vaak mis, wanneer een van de ouders een nieuwe partner krijgt. Irene: ‘Ouders moeten hun kinderen altijd duidelijk blijven maken dat niet de nieuwe partner, maar zíj op nummer één staan. Wanneer een nieuwe partner in het spel is, adviseer ik om elkaar beter te leren kennen in de kinderloze weken en niet direct te blijven slapen als de kinderen thuis zijn. Zo hebben mijn nieuwe partner en ik dat ook gedaan. Kinderen moeten wennen aan het idee dat een van de ouders een nieuwe partner heeft. En al zijn ze eraan gewend, dan nog zijn ze erg hard. Toen mijn vriend voor het eerst kwam slapen waar de kinderen bij waren, trommelde mijn dochter vijf vriendinnen op die hem moesten keuren.’

Roswitha is twee jaar nadat ze haar huidige vriend leerde kennen, gaan samenwonen. ‘We hebben inderdaad gewacht. Het was belangrijker eerst de kinderen tot rust te laten komen. We hebben wel het geluk dat de meisjes met zowel mijn nieuwe partner als met Harrie’s nieuwe vriendin kunnen opschieten.’

Maar dat is natuurlijk niet altijd het geval. Toch hoort een nieuwe partner - als de ouder samenwoont - bij het nieuwe huishouden en zal zich soms dan ook met de opvoeding bemoeien. Irene: ‘De kinderen zullen wel af en toe naar hem of haar moeten luisteren. Maar blijf duidelijk. Zeg bijvoorbeeld: “Ik ben inderdaad je vader niet, maar je moet toch om half een thuiskomen.” Schiet nooit in de moeder- of vaderrol, want dat win je toch niet van een puber. Als een puber het lastig vindt dat er een nieuwe partner in het spel is, zal hij grenzen opzoeken. Dat is logisch, maar blijf luisteren naar het kind, want anders zal hij de ouders en eventuele nieuwe partners alleen maar harder tegen elkaar uitspelen.’ ?

Blijf evalueren

Natuurlijk is co-ouderschap zwaar, maar het voorbeeld van Roswitha en Harrie is niet het enige geval waarin het goed gaat. Zo kreeg Irene de Groot een keer een jongen in haar praktijk die zei: ‘Vet cool man, ik krijg sinds mijn ouders co-ouderschap zijn aangegaan twee keer zakgeld en ik ga in de zomer twee keer op vakantie.’

Andere pubers die zij sprak, baalden weer van het feit dat ze door de dubbele vakanties geen tijd overhielden voor een vakantiebaantje.

Met het wetsvoorstel van minister Donner om ouders die willen scheiden, een verplicht ouderschapsplan in te laten dienen, zullen misschien nog meer co-ouderschappen worden geboren en slagen. In het plan moeten regels staan over de zorg en opvoeding van de kinderen na de scheiding. Irene twijfelt eraan of dit tot meer succes zal leiden. ‘Het is goed dat ouders tot denken worden aangezet, maar hoe wil Donner controle uitoefenen op dat vooraf opgestelde plan?’

Om het co-ouderschap zo soepel mogelijk te laten verlopen, vindt Irene het verstandig af en toe samen te komen om zaken te evalueren. Volgens haar is het voldoende om er twee keer per jaar voor te gaan zitten. Vaker kan natuurlijk nooit kwaad. Ook is het prettig om bij de ‘wissel’ te ventileren wat zich die week heeft voorgedaan en wat er voor afspraken zijn gemaakt.

Roswitha en Harrie praten elkaar eens in de drie weken bij. Maar ook tussendoor blijven ze graag op de hoogte van het wel en wee van de meiden. Roswitha: ‘Als ze hier niet slapen, heb ik wel contact met hen. Of zij bellen, of Harrie en ik bellen. Het is toch fijn om te weten hoe een bepaald proefwerk ging of hoe een schoolfeest was. Harrie en ik hebben het geluk dat we elkaar nog steeds belangrijk en aardig vinden. We doen alletwee ons best om goed contact te onderhouden en zijn altijd on speaking terms gebleven. Bovendien zijn we het met elkaar eens dat de kinderen het allerbelangrijkst zijn.’

Tekst Roosmarijn Pel

J/M Pubers mei 2005

 

Boek gedeelde kinderen.

Bespreking van:
  Paula Lampe: Gedeelde kinderen. Co-ouderschap als keuze Uitgeverij Ambo/Anthos   

Een boek over de mogelijkheid, maar vooral de onmogelijkheid om ná het huwelijk    samen de lusten en de lasten van de zorg voor kinderen te delen. Een conclusie: als één van de ouders tijdens het huwelijk al nauwelijks voor de kinderen zorgde, is co-ouderschap tot mislukken gedoemd.

 Ouders maken de keuze om uit elkaar te gaan, en dit is doorgaans niet in het belang van kinderen. Zeker in de eerste tijd na een scheiding hebben de meeste kinderen meer te verliezen dan te winnen: het gezin valt uit elkaar, er ontstaan vaak loyaliteitsproblemen, er is dikwijls minder geld te besteden, er kan sprake zijn van een verhuizing, verandering van school, enzovoorts. De meeste ouders die gaan scheiden maken zich dan ook ernstig zorgen over het welbevinden van hun kroost. De volgende vragen houden hen bezig: 'wat doe ik mijn kind aan als wij uit elkaar gaan?' en: 'hoe kan ik zorgen dat mijn kinderen het minste last krijgen van de scheiding?'

Minimaal 70-30%
"Gedeelde kinderen" is bedoeld voor ouders die worstelen met de genoemde vragen en problemen. Paula Lampe heeft een zeer informatief boek geschreven voor ouders die gaan scheiden, maar ook voor hulpverleners en advocaten. Lampe, zelf gescheiden en nu ex-co-ouder, geeft ouders handvatten — die zij zelf zo node miste — om een verantwoorde keuze te maken voor of tegen co-ouderschap. Onder co-ouderschap wordt het volgende verstaan; het na de scheiding gezamenlijk verzorgen van de kinderen, met een minimale verdeling in tijd van 70%—30% over de week of maand. Er zit ook een formele kant aan: het gezamenlijk dragen van juridisch gezag over de kinderen.

Door middel van literatuuronderzoek, een enquête en een beschrijvend praktijkonderzoek (met de hulp van Marco Algera) maakt Paula Lampe duidelijk wat de haken en ogen zijn van co-ouderschap.

Omgangsregeling of co-ouderschap?
Dit boek is nuttig, omdat eenderde van het totaal aantal huwelijken op echtscheiding uitloopt. Bij ruim tweederde daarvan zijn minderjarige kinderen betrokken. Kinderen tussen de 10 en 19 jaar lopen het meeste risico op een scheiding van hun ouders.

De eis tot scheiding wordt in meer dan de helft van de gevallen door de vrouw gedaan, waarbij de ongelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de voornaamste reden is. Dit punt, de verdeling van zorg- en opvoedingstaken is op zich een behoorlijk goede indicator of co-ouderschap een redelijke kans van slagen heeft. De meeste mannen die zich in het huwelijk nauwelijks bezig houden met de verzorging en opvoeding van de kinderen, doen dat ook niet na de scheiding. Kiezen voor een omgangsregeling — Lampe noemt het 'verdeeld ouderschap' heeft dan meer kans van slagen dan co-ouderschap.

Lampe maakt duidelijk dat ex-partners die voor co-ouderschap kiezen, zich goed moeten realiseren dat ze hoge eisen aan zichzelf, aan elkaar en aan de kinderen stellen. Eigenlijk vindt ze dat alleen modelkinderen geschikt zijn. Je gaat vermoeden dat ook alleen modelvolwassenen geschikt zijn. Het co-ouderschap heeft volgens Lampe een paradoxaal karakter: wel uit elkaar gaan als partners, maar als ouders intensief contact moeten blijven houden over de kinderen. Dit blijkt in de praktijk een zware wissel te trekken op de betrokken kinderen en hun ouders.

Het boek is zeer leesbaar en overzichtelijk geschreven voor de doelgroep van gescheiden ouders. Met name bijlage 1 geeft een praktische handleiding aan ouders die gaan scheiden om zelf te beoordelen of ze geschikt zijn voor co-ouderschap.

Scheve sekseverdeling
Kritiek heb ik echter ook: het beschrijvend praktijkonderzoek is gebaseerd op een populatie van 42 mensen, verdeeld over 21 vrouwen, 6 mannen en 15 kinderen. Het is waarschijnlijk moeilijk om een grotere groep te vinden, maar ik vind de populatie te klein en de verdeling naar sekse te scheef om de resultaten van het onderzoek als algemeen geldend te verklaren.

Na het lezen dan dit boek werd ik daarom erg nieuwsgierig naar de mensen die erin slagen om van hun co-ouderschap wèl een succes te maken. Deze groep komt jammer genoeg in het boek niet aan bod. Bij een weloverwogen beslissing voor of tegen co-ouderschap vind ik dat informatie over succesfactoren niet kan worden gemist. Dat Lampe dit niet gedaan heeft, kan te maken hebben met haar eigen achtergrond als ex-co-ouder.

uit oudersonline

Terug naar begin

 

Instanties weten zich geen raad met co-ouderschap.

Steeds meer ouders die uitelkaar gaan, willen samen voor de kinderen blijven zorgen. Nooit meer weekendvaders, ruzie over bezoekrecht of moeders die tegen hun zin aan huis zijn gebonden. Maar hoe leg je dit ideale compromis uit aan de woningcorporatie, de sociale dienst, de belasting?

Door Ingeborg van Teeseling. Overgenomen uit NRC Handelsblad dd 16 november 1996. Met dank voor de toestemming tot overname.

De ouders waren het uiteindelijk eens geworden. De scheiding was er door, maar dat betekende niet dat een van hen opeens ophield voor hun dochter te zorgen. Ze zouden haar samen blijven opvoeden, was de afspraak. Elk voor de helft van de tijd. Iedereen tevreden. Behalve de Belastingdienst. Die wilde weten wat 'de helft van de tijd' betekende. Een jaar heeft per slot 365 dagen en dat is niet deelbaar door twee. Dus moest een van de ouders meer ouder zijn dan de ander, en kon er derhalve geen sprake zijn van indeling in de voordelige tariefgroep 5. Tenminste, niet voor allebei. Want die tariefgroep is er voor alleenstaande ouders, en die titel kon volgens de Dienst maar aan een van beide ouders toevallen. Aan degene die het kind die ene dag extra had. De ouders bedachten een creatieve oplossing. Beiden hadden, zeiden ze, hun kind veertig procent van de tijd thuis. De overige twintig procent zat het op school. Een perfect gelijke verdeling dus. Daar moest de rechter maar aan te pas komen, vond de Belastingdienst. En die gaf de ouders gelijk. Dan was er nog de kwestie van een ouderpaar dat in aanmerking wilde komen voor een huis dat groot genoeg was om zichzelf en hun kind te huis vesten. Apart, dan wel te verstaan.

Het enige probleem was dat een kind niet op twee adressen tegelijk kan worden ingeschreven. De woningbouwvereniging wilde derhalve maar een van beiden als alleenstaande ouder inschrijven. Ook hier zochten de ouders hun toevlucht tot een ludieke aktie. Elke keer als het kind van vader naar moeder verhuisde, in dit geval om de drie dagen, toog de desbetreffende ouder naar de gemeente om dochterlief over te schrijven naar het adres waar ze de volgende dagen zou verblijven. Uiteindelijk werd de ambtenaar in kwestie hier zo moe van dat hij het kind, geheel illegaal, op beide adressen inschreef.

Gelijke inzet

In 1978 schreef de Amerikaanse pedagoge Miriam Galper 'Coparenting'. Twee jaar later verscheen het boek in de Nederlandse vertaling als 'Co-ouderschap. Een gids voor ouders die na de scheiding hun kind samen willen blijven opvoeden'. Galper was ervan overtuigd dat het mogelijk zou moeten zijn om na een verbroken relatie het gezamelijk gekozen ouderschap ook samen te blijven uitoefenen. Weliswaar niet meer in hetzelfde huis, maar wel met een gelijke inzet van tijd en verantwoordelijkheid.

Na decennia van weekendvaders, ruzie over bezoekrecht en tegen hun zin aan huis gebonden moeders, leek dit het ideale compromis. In Nederland wordt het nieuwe co-ouderschap enthousiast omarmd en is het op het moment één van de meest in het oog lopende 'nieuwe leefvormen'. Nog maar 38 procent van alle huishoudens in Nederland bestaat uit het traditionele, volledige gezin. En in 2005 zullen er naar schatting 400.000 eenoudergezinnen zijn, twee keer zoveel als tien jaar geleden. Vooral voor het linkse volksdeel past het goed in het streven naar een gelijkere verdeling van arbeid en zorg.

Marianne van Doorn was destijds een van de eersten die na haar scheiding de praktische verantwoordelijkheid voor de kinderen met haar exman bleef delen. „In ons huwelijk liepen de zaken ook gelijk op. We werkten allebei vier dagen en zorgden een dag in de week voor onze twee dochters. De rest van de tijd was er een oppas." Toen de relatie stuk liep raakte ze in paniek. „1k was bang dat ik mijn baan zou moeten opzeggen en veroordeeld zou zijn tot een leven als bijstandsmoeder. De wereld verkleind tot luiers verschonen en breien langs de zandbak." Het idee van co-ouderschap kwam als een redding. „Zo bleef de combinatie werk en kinderen mogelijk, zowel voor mij als voor Frans."

Juridische ondersteuning

Vier jaar later, in 1984, kwam er juridische ondersteuning van het ideaal: de Hoge Raad maakte het mogelijk dat ouders samen de ouderlijke macht blijven houden in plaats van de gebruikelijke voogdijregeling, waarbij een ouder voogd en de ander toeziend voogd wordt. Toch blijkt co-ouderschap in de loop van de jaren moeilijk te vangen onder simpele regels. Zijn het in het begin vooral gescheiden paren die tot deze regeling overgaan, naarmate de tijd vordert komen er steeds meer vormen bij. Samenwonenden met kinderen gaan ook uit elkaar en recentelijk zijn er zelfs steeds meer mensen die er voor kiezen om, ook als ze kinderen krijgen, apart te blijven wonen. Bij hen is dus sprake van een co-ouderschap dat niet ontstaat na de relatie, maar tijdens.

Jilly Brown en Paul van Straaten kregen hun eerste kind in 1994. „Een paar jaar daarvoor hadden we een tijdje samengewoond, maar dat was geen succes", vertelt Van Straaten. „Toen de relatie alleen nog maar leek te draaien om discussies over de afwas, hebben we ons huis ingeruild tegen twee grote etagewoningen in dezelfde wijk. Daarmee kreeg de liefde weer een kans en voelden we ons na verloop van tijd zeker genoeg om kinderen te krijgen. We hebben nu twee zoons, die we elk steeds een week alleen verzorgen. Wel eten we vrijwel altijd samen en in de weekends zijn we met z'n allen in een van beide huizen. Natuurlijk is het organisatorisch weleens ingewikkeld, maar het alternatief lijkt me helemaal rampzalig."

De praktische invulling van het co-ouderschap verschilt van geval tot geval. Zo zijn er ouders die elk in hun eigen huis wonen en de kinderen om de zoveel dagen laten verhuizen. Of de ouders blijven samen in hetzelfde huis wonen, dat ze alleen anders indelen. Ze kopen twee huizen naast elkaar met een gemeenschappelijke kinderruimte. Er is ook een variant met drie huizen, een voor de kinderen en twee voor de ouders, komt voor. En zelfs bij dieren schijnt het schering en inslag te zijn. Zo zong een kleine vogel in Sesamstraat, het kinderprogramma van de Nos, vier jaar geleden: „Mama zit in deze boom/ en papa woont dichtbij/ ze zijn niet met mekaar/ maar ze zijn dol op mij."

Door al dat georganiseer is co-ouderschap geen simpele oplossing. ' Marianne van Doorn: „Het geregel is soms om gek van te worden. Vooral nu de kinderen op de middelbare school zitten. Voortdurend wordt er heen en weer gefietst om boeken en kleren op te halen die in het andere huis liggen. En ik krijg regelmatig vriendinnen van mijn dochters aan de telefoon die vergeten zijn dat de meiden die avond bij hun vader zijn. Maar het grote voordeel is dat we door die praktische afstand ook meer geestelijke distantie kunnen opbrengen. Ik zit niet op hun lip en zij niet op de mijne. Daarom maken we minder ruzie dan we waarschijnlijk anders zouden doen."

Gedeeld gezag

Maar de overheid blijft het ingewikkeld vinden als mensen een andere vorm van samenleven kiezen dan de 'normale'. En dus levert de grote verscheidenheid in persoonlijke keuzes binnen het co-ouderschap niet alleen privéobstakels op bij de betreffende ouders, maar vooral bij de instanties. Die raken geheel verstrikt in hun pogingen te komen tot uniforme regels. Ondanks adviezen van de Emancipatieraad en de Nederlandse Gezinsraad weigert de overheid het co-ouderschap te regelen.

Eind 1995 werd een klein beginnetje gemaakt met een wijziging van het Burgerlijk Wetboek - maar ook dan komt het woord 'co-ouderschap' niet voor. Wel de term 'gezamenlijk ouderlijk gezag'. Woorden als 'voogd' en 'toeziend voogd' verdwijnen, in ieder geval met betrekking tot de ouders. Die krijgen het ouderlijk gezag, en als ze het aanvragen kunnen ze dat delen. Ook voor samenwonenden is er die mogelijkheid, alleen moeten zij een verzoek indienen bij de griffie van het kantongerecht.

De Werkgroep Ko, de belangenorganisatie van co-ouders, is niet gelukkig met het geworstel van de wetgever. Zij zou graag zien dat de status van de co-ouder duidelijk wordt vastgelegd. Kovoorzitter Lex van Rootselaar: „We pleiten ervoor dat het ouderlijk gezag na het opbreken van een relatie automatisch in stand blijft. Co-ouderschap als regel dus, in ieder geval formeel. En alleen als er zwaarwegende redenen zijn zou het dan mogelijk moeten zijn om een van beide ouders zijn 'macht' te ontzeggen."

Ko bepleit in feite het omgekeerde van de huidige formulering van de Hoge Raad, die in 1994 uitsprak dat 'beide ouders het co-ouderschap moeten willen.' „Want dat betekent in de praktijk dat degene die de afspraak opbreekt, in de regel de vrouw, bijna automatisch de kinderen krijgt toegewezen. Wij vinden dat hierin het principe zou moeten gelden van 'de vervuiler betaalt'. Wie het co-ouderschap onmogelijk maakt, verliest daarmee een deel van zijn rechten."

Tim Rohan heeft de prijs betaald voor de huidige regeling.(Drie jaar geleden werd zijn ex-vrouw verliefd op iemand anders. Het nieuwe paar trouwde, kreeg een kind en merkte hoe ingewikkeld het is om een heel en een half gezin tegelijk te zijn. Na een jaar proberen werd het co-ouderschap, dat toen inmiddels al acht jaar naar ieders tevredenheid bestond, door de moeder opgezegd.

Rohan: „Van volwaardig vader werd ik gedegradeerd tot weekendvader. Ik zie ze nu eens in de twee weken en dat is veel te weinig. Voor hen, maar ook voor mij. Ik weet nauwelijks meer waar ze mee bezig zijn, raak de draad van hun leven kwijt. Die machteloosheid, dat is misschien nog wel het ergste. En natuurlijk is de relatie met mijn ex er ook niet beter op geworden."

Vechtersmentaliteit

Het gebrek aan algemeen geldende richtlijnen betekent dat op het moment elke instantie zelf beslist wat zij het beste vindt. Zo zijn sommige woningbouwverenigingen en gemeenten in Nederland heel coulant in het toewijzen van twee behoorlijke woningen. Die moeten dan wel voorhanden zijn. Wat betekent dat je met name in het westen een lange adem en een goede vechtersmentaliteit moet hebben om aan een huis (of twee) te komen.

Ook dan willen de regels nog wel eens wijzigen. Drie jaar geleden kreeg Chris Baerveldt een eengezinswoning toegewezen voor hemzelf en zijn dochter Linde. Maar toen vrienden van hem datzelfde twee jaar later probeerden, in dezelfde wijk, kregen ze nul op het rekest. Een standpunt dat nu, nadat Baerveldt zijn beklag deed bij een raadslid van Groen Links, waarschijnlijk weer zal worden teruggedraaid.

Overigens zegt dat niets over het toewijzen van een gezinstarief in het kader van de huursubsidie. Dat gaat aan Baerveldts neus voorbij, ondanks een poging, tot aan de Hoge Raad aan toe, om ook daarin zijn gelijk te krijgen. De hoogste rechtsinstantie van Nederland bleef daarin op het standpunt staan dat Baerveldt alleen recht had op het alleenstaandentarief - Linde staat immers voor de Burgerlijke Stand bij haar moeder ingeschreven. Een argument dat dus wel gold ten aanzien van huursubsidie, maar niet met betrekking tot het toegewezen krijgen van een woning. „Ik begrijp daar niets van", zegt hij. „Het lijkt alsof al die instanties geen enkel contact met elkaar hebben. Alsof de Baerveldt in de computer van de woningbouwvereniging een andere is dan die in het systeem van de gemeente."

Eenzelfde soort tegenstrijdigheid komt regelmatig voor als het gaat om de Bijstandsuitkering. Het probleem daarbij is dat een co-ouder noch kan worden gezien als een alleenstaande (hij heeft immers een kind dat hij verzorgt), noch als een eenoudergezin (want de helft van de tijd is hij alleenstaande). Dat heeft financiële consequenties. Als eenoudergezin krijgt de uitkeringsgerechtigde negentig procent van de gezinsnorm, terwijl een alleenstaande maar zeventig procent op zijn rekening bijgeschreven ziet. Maar wat moet iemand krijgen die de helft van de tijd het een en de helft van de tijd het ander is?

In het oorspronkelijke wetsvoorstel voor de nieuwe Algemene Bijstandswet was een aparte regeling opgenomen voor de vaststelling van de bijstandsnorm voor co-ouders. Die volgde de opgebouwde jurisprudentie: als de ouder het kind verzorgt wordt hij aangemerkt als alleenstaande ouder, de rest van de tijd is hij alleenstaande. Een ingewikkelde constructie, zeker, maar na jaren van touwtrekken en hoofdbrekens van rechters, leek er in ieder geval een soort duidelijkheid te ontstaan. Een die voor elke uitkeringsgerechtigde zou gelden.

Vereenvoudiging

Het voorstel heeft de nieuwe wet niet gehaald. Het kabinet kende een hogere prioriteit toe aan de vereenvoudiging van de normen en vond dat het maar aan de individuele gemeenten moest worden overgelaten „welke benadering gezien de omstandigheden van de betrokkene het meest passend is. Zo verhuisde Jan van Zijl twee jaar geleden van Almere naar een dorp in Friesland. Evenals zijn vriendin, die daar een baan gekregen had. Het co-ouderschap werd voortgezet, net als zijn bijstandsuitkering. Dacht hij. „In Almere kreeg ik tachtig procent van de gezinsnorm, een middeling tussen zeventig en negentig procent. Maar hier vinden ze co-ouderschap maar vreemd, en blijven ze me beschouwen als een alleenstaande. De ambtenaar aan het loket zei zelfs dat zij zich niet kon voorstellen dat mijn vriendin onze zoon de helft van de tijd 'aan mij toevertrouwde'. Ik heb van alles geprobeerd. Brieven geschreven, protest aangetekend, gesprekken gevoerd met de hoogste baas. Het heeft tot nu toe allemaal geen enkele zin gehad. En een proces durf ik eigenlijk niet aan. Want als ik verlies moet ik de kosten betalen. En ik zou niet weten waarvan."

Waar de wet zich wel over uitspreekt is de sollicitatieplicht voor ouders met kinderen onder de vijf jaar. Door tussenkomst van GPV-kamerlid Schutte kunnen co-ouders nu in aanmerking komen voor een gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsverplichting. Maar dan wel alleen voor de tijd dat ze hun kind hebben, en alleen als ze het zo regelen dat ze minimaal twintig uur per week aaneengesloten voor de arbeidsmarkt beschikbaar zijn. „Dat is des te meer gerechtvaardigd omdat de taakverdeling ten aanzien van de verzorging van de kinderen in veel gevallen door de betrokkenen zelf is bepaald of in onderling overleg in overeenstemming kan worden gebracht met de arbeidsvoorwaarde die de bijstand stelt", zegt de wet. Waarbij moet worden aangetekend dat ook hier de gemeenten de mogelijkheid behouden om van deze algemene regel af te wijken. Volgens directeur Lemmen van Divosa, de belangenvereniging van Sociale Diensten, kan dat betekenen dat sommige Diensten hun klanten zullen dwingen tot het bedenken van een andere co-ouderschapsregeling. En zelfs, als dat niet mogelijk is, tot het beëindigen ervan. „De individuele vrijheid van de burger wordt begrensd als er gemeenschapsgeld in het geding is. Ik vind niet dat wij hoeven te betalen voor de persoonlijke keuzes van mensen."

Het is lastig, erkent Lemmen, dat geen enkele uitkeringsgerechtigde kan overzien wat het beleid van zijn of haar gemeente is. Grappend zegt hij dat die situatie kan leiden tot 'bijstandstoerisme'. Gelachen heeft de directeur overigens ook kort geleden, toen Bert de Vries, momenteel voorzitter van de Sociale Verzekeringsbank, suggereerde om mensen in de AOW een individuele uitkering te geven en niet meer te kijken naar een eventuele gezamenlijke huishouding. „Dat zijn toch hele andere teksten dan wij van hem hoorden toen hij als minister nog verantwoordelijk was voor de voorbereiding van de nieuwe wet. Toen was hij fel gekant tegen individualisering en schoot hij elk voorstel van ons in die richting af."

Lemmen is er nog steeds van overtuigd dat individualisering de oplossing voor veel problemen is. „Zowel bij de Aow, als bij het co-ouderschap en elke andere nieuwe leefvorm die op dit moment opgeld doet. De maatschappelijke realiteit is nu eenmaal te ingewikkeld geworden. Maar hij heeft het destijds niet willen regelen, wat betekent dat de Sociale Diensten te kampen hebben met uiterst gecompliceerde uitvoeringsproblemen. Zij betalen de rekening."

Co-ouder Jan van Zijl voelt zich overigens evenzeer 'slachtoffer' als de Sociale Diensten. „Natuur1ijk hoort geld niet belangrijk te zijn. Maar als je het niet hebt gaat het alles beheersen. Mijn zoon is dol op zijn grootouders. Maar vaker dan één keer per maand kan ik me een retourtje nu niet meer permitteren. Want co-ouderschap is al duur, zonder dat je door de Dienst. gekort wordt. Dubbel speelgoed,. twee kamers, twee volle klerenkasten. ': Wat niet wil zeggen dat ik niet achter mijn keuze sta om mee te verhuizen. ' Anders was ik Remco kwijt geweest. En dat lijkt me nog erger. Ik wil vader zijn, niet zomaar een man die weleens langs komt. Dat gevecht ben ik aangegaan en zal ik blijven voeren."

Verwarde instanties, verwarde ouders. Vandaar dat het volgens de Werkgroep ko tijd wordt dat de wetgever een uitspraak doet, zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Onderwijl raadt Kovoorzitter Lex van Rootselaar de zoekende ouders aan 'zo weinig mogelijk' officieel op te geven. „En als je meerdere kinderen hebt, is het verstandig het ene kind in te schrijven op het ene adres en het andere op het andere." Maar waar wijsheid ligt in slimmigheidjes, duidt dat voor ons op een falende overheid', zegt Van Rootselaar. En nemen ouders hun toevlucht tot ingewikkelde oplossingen.

 


Een nieuw gezin na de scheiding

Een nieuwe liefde na een scheiding. Geweldig, maar niet altijd gemakkelijk. Hoe zullen de kinderen reageren, en hoe komt de inzichten over de opvoeding een beetje op één lijn? Drie stellen vertellen.

Godelieve Overbeeke (32) is moeder van Zoë (6). Ze is gescheiden toen Zoë drie was en woont sinds ruim een jaar samen met Jan Westermeyer (36). Godelieve en Jan hebben eigenlijk nauwelijks nagedacht over de kwestie of Jan nu wel of niet bij Godelieve en Zoë zou intrekken. Het is gewoon zo gelopen. Hun relatie begon op het moment dat Jan voor een half jaar naar Turkije vertrok om daar te werken, en toen hij terugkwam, had hij geen woonruimte. Het klikte zó goed tussen hem en Godelieve, dat de oplossing voor de hand lag: hij trok bij haar en haar dochter in. Jan: "In eerste instantie vond ik het niet erg positief dat Godelieve een kind had, dat geef ik eerlijk toe. Ik heb altijd een nogal losbandig leven geleid en was bang dat mijn leven er met een kind heel anders uit zou gaan zien. Ik wist niet of ik dat nou wel zo leuk vond. Maar ik hield, ik hou van Godelieve, en al snel bleek Zoë echt een fantastisch kind te zijn." Godelieve: "Zoë trok ook al snel naar Jan toe. Voor hij bij ons introk, had ze hem twee keer een week meegemaakt en toen ze hem daarna weer zag, was ze helemaal blij. Hij kreeg zelfs allemaal kusjes op zijn gezicht, heel lief." De dingen op zijn beloop laten en vooral niets forceren, dat was volgens Jan en Godelieve dé succesformule om de overgang die hun relatie voor Zoë met zich meebracht, soepel te laten verlopen. Jan werd bijvoorbeeld nooit geïntroduceert als haar 'nieuwe vader'. Godelieve: "Jan ís simpelweg niet haar vader. In het begin vergiste ze zich wel eens en noemde ze Jan wel 'papa', maar nu niet meer. Ik en mijn ex-man zijn co-ouders en we hebben een goed contact met elkaar, dus Zoë weet heel goed wie haar vader is en ze brengt veel tijd met hem door. Als hier een vriendinnetje van haar speelt die Jan 'jouw papa'noemt, zal Zoë dat ook meteen corrigeren. 'Dat ís niet mijn papa, dat is de nieuwe vriend van mijn moeder', zegt ze dan." Niet alleen voor Zoë was het een overgang dat Jan er ineens bij was, maar, na twee jaar alleen moederen, ook voor Godelieve. Godelieve: "In de tijd dat ik alleen met Zoë was, had ik het gevoel dat ik alles voor haar moest zijn. Moeder, speelkameraadje, opvoeder. Ik was vrij toegeeflijk en soepel, want ik kon de zorg niet even aan iemand anders overdoen en wilde het dus een beetje gezellig houden in huis, ook als ik eigenlijk boos op haar was. Sinds Jan er is, heb ik dat veel minder. Ik ben nog steeds Zoë's moeder, opvoeder en speelkameraadje, maar de druk dat alleen ík alles voor haar moet zijn, is weggevallen. Al ben ik nog steeds vrij gemakkelijk. Jan is een stuk strenger." Die wat striktere, consequentere manier van opvoeden van Jan, is Zoë nu wel gewend, en Jan ook. In het begin probeerde Zoë hem vaak uit, en vroeg hij zich af in hoeverre hij er nu wel of niet iets van moest zeggen. Jan: "Maar op een gegeven moment dacht ik: Ja zeg, ik laat me niet op de kop zitten door een vijfjarige! Als ik dan zei dat ze naar mij moest luisteren, keek ze me aan alsof ze zich afvroeg waar ik me in hémelsnaam mee bemoeide. Maar ik hield gewoon voet bij stuk, en na een tijdje accepteerde ze dat ook wel van me. Godelieve heeft er geen problemen mee dat ik het soms anders aanpak dan zij. Daar hebben we ook een afspraak over gemaakt: ik doe het zoals het voor mij goed voelt, en als ze het ergens echt niet mee eens is, wat maar zelden voorkomt, hoor ik het wel. Maar dan wel graag pas als Zoë de kamer uit is!"

Petra Kiewiet (32) is moeder van Robin (6) en Didier (3). Ze is twee jaar geleden gescheiden. Binnenkort gaat ze samenwonen met Rob den Hollander (34). Rob is drie jaar geleden gescheiden en is vader van Steven (6) en Annemijn (4). Toen ze elkaar net kenden, spraken ze af dat ze zich niet te veel zouden bemoeien met de opvoeding van elkaars kinderen. Er was door de scheidingen al zo veel veranderd voor Robin, Didier, Steven en Annemijn, en andere regels in huis zouden de kinderen alleen maar verwarren. "Maar," zegt Petra, "in de praktijk bleek er niet aan te ontkomen je met álle kinderen te bemoeien. Je leeft toch samen in één huis." Tenminste, in de weekenden, want Rob en Petra wonen niet bepaald bij elkaar in de buurt: zij in Ermelo, hij in Leiderdorp. Elk weekend komt Rob naar Ermelo, en drie van de vier weekenden neemt hij zijn kinderen mee. Petra: "Nu kunnen de kinderen het goed met elkaar vinden, maar in het begin was er wel strijd. Robin en Didier vonden het bijvoorbeeld erg moeilijk om hun speelgoed te delen. Dat hadden we niet voorzien, maar eigenlijk is het wel logisch dat ze het als een overval ervaren als er in het weekend ineens twee kinderen binnen komen stormen die zich op hun speelgoed storten. We hebben toen afgesproken dat Steven en Annemijn voortaan wat eigen speelgoed mee zouden nemen, zodat Robin en Didier ook wat terug zouden krijgen." Petra en Rob verschillen nogal. Zij druk en impulsief, hij rustig en nadenkend. Zij geeft wat makkelijker toe dan hij - ook omdat ze al drie jaar last heeft van een whiplash en niet altijd de energie kan opbrengen consequent te zijn -, zijn kinderen hebben zich aan meer regels te houden dan de hare. Rob: "Petra vindt het geen probleem als Robin en Didier van tafel gaan als ze hun eten op hebben, terwijl ik wil dat mijn kinderen blijven zitten tot iedereen klaar is. We willen daar nu één lijn in trekken en proberen Robin en Didier zo ver te krijgen dat ze blijven zitten. Wat niet altijd lukt natuurlijk." Petra heeft af en toe het gevoel dat Rob te snel gaat. Petra: "Robin is al zes jaar een bepaalde manier van opvoeden gewend en kent de regels die daarbij horen, en dat verander je natuurlijk niet in vijf, zes weken." Rob: "Gisteren nog, weigerde Robin iets met Steven te delen. Daar kan ik niet tegen en ik werd boos. Petra keek er zogezegd iets anders tegenaan, en het was ook niet eerlijk van mij om hem zo op zijn donder te geven. In de levens van de kinderen verandert al zo veel, wie ben ík dan om meteen te zeggen wat er wel en niet mag? Daarin moet ik mezelf dus wel wat afremmen." Petra probeert dus haar kinderen aan wat meer regels te laten wennen, terwijl Rob zijn manier van opvoeden meer is gaan relativeren. Rob: "Petra brengt een nieuwe invalshoek in, en dat vind ik wel interessant." Zo heeft iedereen tijd nodig aan de nieuwe situatie te wennen. Wat aardig de goede kant op gaat. Steven en Annemijn staan vrijdags te popelen om naar Ermelo af te reizen, Steven en Robin willen straks een gezamenlijke slaapkamer en Didier is het vrolijke, makkelijke jongetje gebleven dat hij altijd was. Rob: "Het is af en toe best zwaar en vermoeiend natuurlijk, vier kinderen, maar Petra en ik hebben hier allebei duidelijk voor gekozen. Dat we zo gelukkig zijn met elkaar en erg goed kunnen praten, geeft me het vertrouwen dat het gaat werken."

Rick Schoen (45) is onlangs getrouwd met Tania Liguori (44). Rick heeft uit zijn vorige huwelijk twee kinderen, Lucy (20) en Sally (8). Sinds de scheiding, ruim twee jaar geleden, zijn Rick en zijn ex-vrouw co-ouders. Tania is psychologe en zag er eigenlijk niets in, een man met kinderen. In haar werk had ze daar al genoeg ellende van zien komen. Maar ja, om dan maar een punt te zetten achter de beginnende liefde? Rick: "Tania en ik hebben elkaar ontmoet via internet. Zij woonde in Sao Paulo in Brazilië, had daar een eigen praktijk. Via chatten met webcam hebben we elkaar goed leren kennen, ook al was er fysiek gezien afstand. We werden echt stapelverliefd. Ik had wel last van mijn geweten tegenover de kinderen, vroeg me af of het wel goed was hen met een nieuwe relatie op te zadelen." Toch besloten Rick en Tania ervoor te gaan. Zij zegde haar praktijk en flat op en kwam naar Nederland, waar ze meteen bij Rick introk. Lucy was in het begin wel afstandelijk, en Sally had dat ook als ze net een paar dagen bij haar moeder was geweest. Rob: "Gelukkig heeft Tania dat nooit persoonlijk opgevat. Vanuit haar vak weet ze dat er tijd nodig is om te wennen. Ze is gewoon zichzelf gebleven en bemoeide zich in het begin niet met de opvoeding. Bekeek van een afstandje hoe ik het aanpakte, en heel geleidelijk is haar inbreng erbij gekomen. Zo zijn Tania en de kinderen langzaam naar elkaar toegegroeid." Tania is niet bij het interview, want ze wacht in Brazilië haar verblijfsvergunning af. Haar cultuur speelt zeker een rol in de manier waarop ze met de kinderen omgaat. Rick: "Ik laat de teugels graag een beetje vieren. Dat heeft met mijn aard te maken, maar ook met het feit dat de scheiding voor de kinderen natuurlijk niet leuk geweest is. Daar mag wel wat zachtmoedigheid tegenover staan. Tania vindt dat maar niks. In Brazilië gaan ze over het algemeen veel strakker met kinderen om. Sally kijkt graag naar Onderweg naar morgen, maar dat zet Tania resoluut af. Da's niks voor een kind van acht, vindt ze." Het heeft wel even geduurd voor Sally genoegen nam met die benadering en braaf een ander programma koos. Logisch, volgens Rick, want zoiets valt niet te forceren. Hijzelf heeft eigenlijk nooit zulke problemen gehad met Tania's ideeën: "Kinderen opvoeden is het moeilijkste wat er is, en daarom vind ik het wel handig te zien hoe je dingen op een andere manier kunt oplossen." Nog even, dan komt Tania definitief naar Nederland en kan het nieuwe leven echt beginnen.

Interviews: Fréderike Geerdink

Maart 2001

Terug naar begin

 


Author information goes here.
Copyright © 2001  [OrganizationName]. All rights reserved.
Revised: 02/24/08.