meest gestelde vragen Links artikelen


  1. Over het fiscaal voordeel
  2. Toewijzing woning
  3. Nieuwe regeling rond alimentatie
  4. Co-Ouderschap niet nieuw en toch..
  5. Echtscheiding en belastingen.

Over fiscaal voordeel

"Kinderen geven soms dubbel fiscaal voordeel

Luc Vanheeswijck
02/03/2000
BRUSSEL -- Vanaf het aanslagjaar 2000 kunnen gescheiden ouders die via het systeem van co-ouderschap gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun kinderen uitoefenen, de daaraan verbonden belastingvermindering onder elkaar verdelen. De ouder die een alimentatiegeld voor de kinderen betaalt aan zijn ex-partner, mag dan dit alimentatiegeld niet meer in aftrek brengen. Toch zijn er nog situaties waarin kinderen zowel recht geven op een belastingvermindering als persoon ten laste, als op een aftrekbaar onderhoudsgeld.
Bij een ,,klassieke'' echtscheiding wordt het hoederecht over de kinderen aan een van de ouders toegewezen. De andere ouder krijgt een bezoekrecht en moet bijdragen in de kosten van onderhoud en opvoeding via de betaling van een onderhoudsgeld.

De ouder die het hoederecht heeft, mag de kinderen vermelden als personen ten laste, tenminste als hun netto bestaansmiddelen niet hoger zijn dan 76.000 frank. Bij het berekenen van die netto bestaansmiddelen wordt rekening gehouden met de ontvangen onderhoudsgelden. Ligt het brutobedrag van de alimentatierenten hoger dan 95.000 frank per kind, dan verliest de ouder die het hoederecht heeft een substantieel fiscaal voordeel.
De ouder die het alimentatiegeld betaalt, mag 80 procent daarvan fiscaal in aftrek brengen. Voor de kinderen is deze 80 procent in principe een belastbaar inkomen, maar als zij geen andere inkomsten hebben en het onderhoudsgeld het belastingvrij minimum (208.000 frank) niet overschrijdt, zijn zij geen belasting verschuldigd.
Het ideale fiscale onderhoudsgeld bedraagt dan ook 95.000 frank per kind. Van deze 95.000 frank is 76.000 frank aftrekbaar voor de ouder die het betaalt. De kinderen zijn op het ontvangen bedrag geen belasting verschuldigd, terwijl zij toch fiscaal ten laste blijven van de ouder die het hoederecht heeft.
Wanneer beide ouders in het kader van een co-ouderschap gezamenlijk het hoederecht over de kinderen uitoefenen en de kinderen beurtelings bij een van beide ouders verblijven, kunnen de ouders vanaf aanslagjaar 2000 overeenkomen om elk de helft van de belastingvermindering voor personen ten laste toe te passen. Dit is evenwel niet interessant als een van de ouders aan de andere ook nog een bijdrage betaalt voor het onderhoud en de opvoeding van de kinderen. Door de kinderen fiscaal ten laste te nemen, verliest deze ouder immers de mogelijkheid om het onderhoudsgeld fiscaal in aftrek te brengen.
Het combineren van de belastingvermindering voor personen ten laste is in principe niet combineerbaar met de aftrek van onderhoudsgelden. Om als persoon ten laste te worden beschouwd, moet het kind immers deel uitmaken van het gezin van de ouder in kwestie. Voor een aftrekbaar onderhoudsgeld mag het kind evenwel geen deel uitmaken van hetzelfde gezin.
Toch bestaat er nog altijd een situatie waarin de kinderen zowel recht geven op een belastingvermindering als persoon ten laste, als op de aftrek van de betaalde onderhoudsgelden. In het jaar waarin de ouders uit elkaar gaan en een feitelijke scheiding tot stand komt, worden zij nog altijd samen belast. Hun inkomsten worden voor de berekening van de belasting samengevoegd.
De ouder bij wie de kinderen verblijven, mag deze opgeven als persoon ten laste. De andere ouder, die een onderhoudsgeld betaalt, mag 80 procent daarvan in aftrek brengen.
Op het ogenblik dat hij het onderhoudsgeld betaalt, maken de kinderen immers geen deel meer uit van zijn gezin (zie Gent, 6 mei 1999, T.F.R., 2000, p. 111, met noot L. Hertecant).
Op deze manier geven dezelfde kinderen op een en hetzelfde aanslagbiljet recht op een belastingvermindering als persoon ten laste en op een aftrekbaar onderhoudsgeld."


terug naar begin


 

Toewijzing Woning

 

Geen discriminatie meer van gescheiden ouders bij toewijzing van sociale woning.


In de sociale huursector wordt het principe van de rationale bezetting toegepast. Concreet betekent dit dat het aantal slaapkamers van een sociale huurwoning in overeenstemming moet zijn met de grootte van het gezin. De huidige reglementering houdt evenwel onvoldoende rekening met de specifieke toestand van gescheiden ouders. Uit een antwoord van Vlaams minister voor Huisvesting Johan Sauwens op een parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Jacky Maes blijkt nu dat deze discriminatie vanaf 1 januari a.s. wordt weggewerkt.

De huidige reglementering van het sociale huurstelsel stipuleert dat bij het beoordelen van de rationele bezetting van een huurwoning rekening kan worden gehouden met kinderen die niet permanent in het gezin verblijven. Dit is het geval bij geplaatste kinderen maar ook bij bezoekrecht en co-ouderschap ingeval van (echt-)scheiding. "Op vandaag kan de sociale woningmaatschappij autonoom en arbitrair beslissen of een woning wordt toegekend met voldoende slaapkamers voor kinderen waarover een ouder bvb. het bezoekrecht heeft. Het niet beschikken over voldoende slaapkamers kan dan weer voor de andere partner de aanleiding vormen om het bezoekrecht of het co-ouderschap te gaan betwisten", zo licht Jacky Maes toe. "In de huidige stand van de wetgeving worden gescheiden ouders dan ook gediscrimineerd wat betreft de toewijzing van een geschikte of voldoende ruime sociale woning".

Vlaams minister voor Huisvesting Johan Sauwens treedt, in zijn antwoord op een parlementaire vraag van de Bredense volksvertegenwoordiger, deze kritiek bij. Door het nieuwe sociaal huurbesluit dat op 13 december jl. in het Staatsblad is verschenen en vanaf 1 januari a.s. in werking treedt, worden de sociale huisvestingsmaatschappijen dan ook verplicht rekening te houden met kinderen die geplaatst zijn of waarvan de kandidaat-huurder het bezoekrecht heeft of het co-ouderschap uitoefent en die bijgevolg niet permanent in de woning verblijven. "Met deze wijziging van de reglementering inzake sociale huurwoningen wordt een einde gemaakt aan de discriminatie van gescheiden ouders", zo besluit Maes.

 

terug naar begin


 

Nieuwe regeling rond alimentatiegeld
 

IGeld & Recht <artikel_lijst.asp?id=44>I [4/2/2002]

In België eindigt een groot deel van de huwelijken op een echtscheiding. Ons land telde in 1998 293.522 gescheiden vrouwen. Naast de psycho-sociale gevolgen voor het paar en hun kinderen, rijzen er daarbij steevast vragen van financiële aard.

Zeker bij koppels waar slechts één van beide partners een eigen bron van inkomsten had, kan een scheiding aanleiding zijn tot grote geldelijke zorgen, vooral als er kinderen uit het huwelijk voortkwamen. Diverse studies tonen aan dat éénoudergezinnen economisch veel kwetsbaarder zijn.

Het is precies daar dat het stelsel van alimentatie zijn wortels vindt: in de verplichting tot opvoeding en onderhoud die de ouders jegens hun kinderen hebben. Het alimentatiesysteem is volgens velen voor verbetering vatbaar: het zou niet meer aangepast zijn aan de moderne tijd, het zou discriminerend werken,…

Los van deze feitelijke vagen die het alimentatiesysteem steeds vaker onder de aandacht brengen, is er een praktisch aspect dat niet altijd even vlekkeloos verloopt: de betaling van de alimentatie.

Fonds

Om de situaties waarbij één van de voormalige partners het nalaat zijn alimentatieplichten te vervullen voor de rechthebbenden te vergemakkelijken, legden een aantal volksvertegenwoordigers waaronder Kristien Grauwels begin dit jaar een wetsvoorstel voor dat tot de oprichting van een Fonds voor Alimentatievergoedingen leidt.

Dat fonds zal aan gescheiden mannen en vrouwen, die recht hebben op alimentatie maar dat niet krijgen, het geld zelf uitbetalen, met een plafond van 200 Euro per persoon, naar verluidt ruim voldoende om het gros van de alimentatiegelden af te dekken.
De rechthebbende ex-echtgenoot kan aanspraak maken op het fonds als zijn of haar voormalige levenspartner over een periode van zes maanden tot twee keer toe niet betaalt. Het verzoek hiertoe dient te worden ingediend bij het OCMW dat zich tot het Fonds richt. Vandaag schieten de OCMW’s vaak zelf geld voor aan mannen en vrouwen die hun alimentatiegelden niet krijgen uitbetaald. Dankzij het Fonds zullen ze het geld onmiddellijk ontvangen.

Het Fonds gaat de verschuldigde alimentatiegelden op zijn beurt opeisen bij de betalingsplichtige ouder. Het wetsvoorstel voor de oprichting van het Fonds staat te lezen op <http://www.lachambre.be/documents/1047/1.pdf>

Ontdek de rubriek "Ouderschap praktisch" van P & V op <http://s0b.bluestreak.com/ix.e?hy&s=35509&a=23183>


Kris Peeters

 

terug naar begin


Co-ouderschap, niet nieuw en toch...
 

 

IGeld & Recht <artikel_lijst.asp?id=44>I [22/2/2002]

De wet op het co-ouderschap van 13 april 1995, in voege sinds 3 juni 1995, bepaalt de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag, ook voor die ouders die niet samenleven.

Deze laatsten denken dat co-ouderschap onmogelijk is, omdat ze oordelen dat het beter is samen te blijven. Maar de taak van de ouders is anders dan wanneer ze samen wonen. Co-ouderschap bevat een aantal misverstanden. Dikwijls gist men er naar waarover het gaat en de meesten opteren dan voor het hoede- en bezoekrecht. Ze kennen de voordel van het co-ouderschap niet.

Kinderen mogen niet de dupe worden bij een echtscheiding. De advocaat is in, dit geval de beste hulp. Hij verstrekt informatie omtrent een afwisselend verblijf van de kinderen bij één van de ouders. Hou er rekening mee dat kleine kinderen niet te lang gescheiden worden van hun respectievelijke ouders. Om een degelijke oplossing uit te werken, onderzoekt men de positie van ouders én kind. De leeftijd van de kinderen kan een reden betekenen tot het herzien van de regeling. Belangrijk om weten is dat bij het co-ouderschap de beide ouders hun opdrachten vervullen zoals ze dat deden vóór de scheiding.

Tweeledig

Het co-ouderschap is tweeledig; enerzijds blijven de ouders verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen en anderzijds is een regeling uitgewerkt voor de kinderen, waarbij ouders én kinderen zich goed voelen. In de uitoefening van het co-ouderschap moet u afspreken rond o.a. opvoeding, schoolkeuze, ontspanningsmogelijkheden; inzake de verblijfsregeling dient de aandacht te gaan naar o.a. de bijzondere schooldagen, afspraken tijdens het schooljaar, reizen in binnen- en buitenland, wat bij ziekte van het kind. Voor de kinderen een zuivere fity-fiftyregeling uitwerken, kan niet omdat men rekening moet houden met de hun leeftijd.

Kiezen voor de kinderen

Met het co-ouderschap kiest u voor de kinderen en zet u een punt achter het samenzijn met uw partner. Ouders zijn gehouden aan wederzijds begrip, respect en vertrouwen voor elkaar. De kinderen blijven loyaal aan beide ouders als deze een nieuwe partner hebben. Kinderen moeten geen keuze maken. Hou er rekening mee dat kinderen veel moeten verhuizen als zij van de ene ouder naar de andere gaan. Co-ouderschap is positief voor de kinderen omdat ze vaststellen dat een scheiding ook betere oplossingen inhoudt voor hen.

Dit artikel is afkomstig van onze partner FemiStyle, de portaalsite voor zelfbewuste vrouwen. Bezoek hen op <http://www.femistyle.be>


 

terug naar begin


Echtscheiding en belastingen
 

 

artikel verschenen in De Standaard van auteur Luc Vanheeswijck
26/10/2000
"
Fiscale afrekening na echtscheiding

Wanneer een gehuwd paar uit mekaar gaat, worden zij apart belast vanaf het jaar dat volgt op dat waarin de feitelijke scheiding tot stand kwam. Soms worden zij nog jaren na hun echtscheiding vervolgd voor fiscale schulden die hun ex-partner heeft gemaakt in de periode dat ze nog gehuwd waren. De rechtspraak van de rechtbanken en hoven van beroep leek meer en meer te gaan in de richting dat de ene partner niet meer kon worden aangesproken voor belastingschulden van de andere, wanneer die aanslagen pas na de echtscheiding werden gevestigd. Het Hof van Cassatie zet dit echter weer op de helling.
Gehuwden die uit mekaar gaan, worden vanaf het daaropvolgende inkomstenjaar fiscaal beschouwd als alleenstaanden. Dat houdt in dat zij aparte aangiften doen en afzonderlijk belast worden. Vanaf aanslagjaar 2000 worden die afzonderlijke aanslagen desalniettemin gevestigd op naam van beide partners. Vroeger gebeurde dat niet en werd een aanslag ingekohierd op naam van ieder van hen.
Het feit dat ze apart belast werden, belette evenwel niet dat beide echtgenoten aansprakelijk bleven voor de betaling van elkaars belastingschuld en dit zolang ze getrouwd bleven. Het was dus perfect mogelijk dat een vrouw plots geconfronteerd werd met een fiscale schuld van haar man van wie ze al tien jaar niets meer gehoord had. Door het enkele feit dat zij nog steeds met hem getrouwd was, kon zij, behalve in enkele uitzonderingsgevallen, ertoe worden verplicht zijn belastingen te betalen.
Sommige belastingbetalers werden zelfs jaren na hun echtscheiding nog lastig gevallen voor belastingschulden van hun vroegere partner. Een aantal van hen trok naar de beslagrechter en, daarna, naar de hoven van beroep om aan deze invordering te ontsnappen.
Recentelijk leek er zich een tendens af te tekenen waarbij de betrokkenen konden rekenen op enig begrip van de rechtscolleges. Zo oordeelden het hof van beroep van Gent en het hof van beroep van Antwerpen reeds dat de aansprakelijkheid voor de fiscale schulden van de echtgenoot niet geldt wanneer de aanslagen werden gevestigd nadat de echtscheiding definitief is geworden, zelfs indien die aanslagen betrekking hebben op een periode voorafgaand aan de echtscheiding (zie o.m. T.F.R., september 2000, p. 741 e.v.).
Het Hof van Cassatie is echter een andere mening toegedaan (Cass., 15 september 2000, Fiscoloog, nr. 771, p. 11) . Volgens het Hof speelt het geen rol dat de aanslag werd gevestigd na de datum van de echtscheiding. Wanneer de belasting betrekking heeft op een periode voorafgaand aan de ontbinding van het huwelijk, zijn beide echtgenoten aansprakelijk voor de betaling ervan. De belastingschuld ontstaat niet door de vestiging van de aanslag. Zij ontstaat uit hoofde van de fiscale wet.
Hiermee lijkt het laatste woord echter nog niet gesproken. Op 2 mei 2000 heeft het hof van beroep van Gent immers de invordering na de echtscheiding afgewezen op grond van een andere redenering. Het Hof beschouwt het artikel dat de invordering bij de andere echtgenoot toelaat, met name art. 394 W.I.B./92, als een bijzondere toepassing van artikel 393. Artikel 393 regelt de invordering van aanslagen die op naam van meerdere personen zijn gevestigd. Die aanslagen kunnen maar van de betrokkenen worden gevorderd in verhouding tot hun aandeel.
Voor echtgenoten speelt hier een uitzondering: aanslagen op naam van de echtgenoten kunnen in de regel voor hun geheel bij elk van beide worden gevorderd. Dat is echter slechts mogelijk, aldus het hof, indien de basisvoorwaarde ook vervuld is, met name wanneer de aanslag op naam van beide echtgenoten is ingekohierd. Omdat dat na een feitelijke scheiding niet meer het geval is, is het kohier op naam van de ene partner niet zomaar uitvoerbaar tegen de andere.
Wordt ongetwijfeld nog vervolgd."

terug naar begin

 


Back to ToAuthor information goes here.
Copyright © 2001  [OrganizationName]. All rights reserved.
Revised: 12/14/02.