Hoe zit het met de kinderbijslag ?
Een en ander werd opgelost met de wet
van 3 april 1995. Deze wet, die het burgerlijk recht aanpast, gaat uit van de
veronderstelling dat het gezamelijk ouderlijk gezag (bijv : gezamelijke
schoolkeuze voor de kinderen, ...) van toepassing blijft, zelfs al zijn de
ouders gescheiden. Uitzondering : men kan anders overeenkomen in de
echtscheidingsakte of een vonnis kan het ouderlijk gezag exclusief aan één ouder
toekennen.
Deze regeling uit het burgerlijk recht werd geïntegreerd in de
kinderbijslagwetgeving van de loontrekkenden. Deze kinderbijslagwetgeving blijft
de gescheiden ouders dus fictief als een gezin aanzien voor wat de opvoeding van
de kinderen betreft. De kinderbijslag wordt dus bij voorrang via de prestaties
van de vader uitbetaald. Is vader of moeder zelfstandige, dan zal de
kinderbijslag toch als werknemer (wat meestal gunstiger is) toegekend worden op
voorwaarde dat de loontrekkende ouder minstens halftijds als werknemer tewerk is
gesteld.
Deze regels zijn niet altijd evident omdat verschillende situaties zich kunnen
voordoen. In concrete gevallen gaat u best te rade bij het bevoegde
kinderbijslagfonds.
Enkele richtlijnen in het kort samengevat :
a) Krachtens wiens beroepsaktiviteit wordt de kinderbijslag toegekend ?
Het belang van deze vraag is het volgende : in de regeling van de zelfstandigen kan de uitbetaling van de kinderbijslag worden geblokkeerd bij onbetaalde sociale bijdragen. Bij loontrekkenden kan dit niet.
Als beide ouders zelfstandigen zijn of beiden zijn loontrekkend, dan wordt de kinderbijslag toegekend krachtens de beroepsaktiviteit van de ouder bij wie de kinderen gedomicilieerd zijn.
Als de ouders daarentegen een verschillend stelsel hebben (bijv. de ene is zelfstandige en de andere is loontrekkend), dan wordt de kinderbijslag in de regel uitgekeerd krachtens de prestaties van de ouder die het loontrekkend statuut heeft. Maar de andere ouder kan daartegen wel bezwaar indien.
b) Wie ontvangt de kinderbijslag ?
Wie de kinderbijslag ontvangt, staat bijna altijd in de notariële echtscheidingsovereenkomst of in het vonnis dat het hoederecht over de kinderen regelt.
In de andere gevallen dient men 2 situaties te onderscheiden :
- Is de regeling van loontrekkende van toepassing (bijv. als de ene ouder zelfstandige is en de ander is loontrekkend), dan wordt de kinderbijslag normaal aan de moeder uitbetaald, maar de vader kan daartegen bezwaar indienen.
- Is de regeling van zelfstandigen van toepassing (bijv. de 2 ouders zijn zelfstandigen), dan ontvangt de vader de kinderbijslag, maar de moeder kan bezwaren indienen.
c) Hoe zit het met de rangorde van de kinderen (1e kind, 2e kind, ...) ?
Men gaat er fictief vanuit dat de gescheiden ouders nog één gezin vormen, maar bij de bepaling van de rangorde is er bij co-ouderschap toch iets speciaals :
Als er in het nieuwe gezin van de ouder die de kinderbijslag ontvangt nog andere kinderen zijn (bijv. kinderen uit een nieuwe relatie of kinderen van een partner met wie men is gaan samen wonen), dan tellen die andere kinderen mee. Dit gaat dan eigenlijk ten koste van de andere ouder bij wie die kinderen in zijn nieuwe gezin niet meetellen. De ouders dienen dan ook dit financieel verlies onderling te regelen. Zulke overeenkomst is evenwel niet tegenstelbaar aan het kinderbijslagfonds.
Opgepast : bij meerderjarigheid eindigt het ouderlijk gezag, maar eindigt niet noodzakelijk de kinderbijslag (hogere studies,...). Bij meerderjarigheid van de kinderen is er geen sprake meer van co-ouderschap om de eenvoudige reden dat er geen "ouderlijk gezag" meer is in de juridische zin van het woord. In dat geval zal het kinderbijslagfonds de feitelijke situatie nagaan om te bepalen op basis van wiens prestaties de kinderbijslag kan worden toegekend, afhankelijk van de hoofdverblijfplaats van de jongere.
Aanvulling:
Sinds 1 oktober 1997 gaat de kinderbijslagwetgeving, net zoals het Burgerlijk Recht, ervan uit dat gescheiden ouders, tot bewijs van het tegendeel, de belangrijke beslissingen omtrent het onderhoud en de opvoeding van de kinderen samen nemen.
Voor de kinderbijslag betekent dit vermoeden van co-ouderschap dat, ook bij scheiding, de kinderbijslag betaald wordt op basis van de prestaties van de vader aan de moeder, los van de feitelijke verblijfplaats of domicilie van de kinderen (bij de vader of de moeder). Met de wet van 25.01.99 (B.S. 06.02.99) kan, op vraag van de vader, de kinderbijslag vanaf nu ook aan hem betaald worden, op voorwaarde dat de kinderen bij hem gedomicilieerd zijn.
Dit zijn de hoofdlijnen van het principe van co-ouderschap:
· Bij scheiding ontvangt de moeder de kinderbijslag voor alle minderjarige kinderen, los van hun verblijfplaats (bij de vader of de moeder), tenzij één van beide ouders het alleenbestuur of de exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag heeft verkregen.
· Op verzoek van beide ouders kan de uitbetaling van de kinderbijslag gebeuren op een rekening waartoe zij beiden toegang hebben.
· Als de vader niet akkoord gaat met de betaling van de kinderbijslag aan de moeder omdat hij de kinderen opvoedt, dan heeft hij de volgende verweermiddelen :
· op voorwaarde dat de kinderen bij hem zijn gedomicilieerd, kan hij het Kinderbijslagfonds schriftelijk vragen om de kinderbijslag aan hem uit te betalen.
· hij kan bij de rechtbank (vredegerecht of 1e aanleg) verzet aantekenen tegen de betaling van de kinderbijslag aan de moeder (= sommendelegatie).
· hij kan de arbeidsrechtbank vragen hem aan te duiden als bijslagtrekkende.
· Als één van beide ouders zelfstandige is, dan opent de andere ouder een recht in het stelsel van de loontrekkenden indien dit minstens een halftijdse betrekking betreft.
· De moeder brengt ons best op de hoogte van het feit dat ze langdurig werkloos of invalide is, indien de kinderbijslag uitbetaald wordt aan het gewone barema op basis van de prestaties van de vader. Wij kunnen dan onderzoeken of wij een verhoogd bedrag kunnen toekennen.
· Het ouderlijk gezag eindigt bij meerderjarigheid (18 jaar) of ontvoogding (vb. huwelijk) van het kind. Voor deze kinderen wordt de kinderbijslag betaald aan de ouder die het kind feitelijk opvoedt, of aan het kind als het alleen woont, of gehuwd
Hoe zit het met de ziekteverzekering ?
a) Als beide ouders loontrekkend zijn, dan zijn de kinderen voor de ziekteverzekering ten laste van de oudste ouder.
b) Als één van de ouders zelfstandige is en de andere is loontrekkend, dan zijn de kinderen sociaal gezien ten laste van de loontrekkende ouder.
c) Als slechts één ouder een beroepsaktiviteit heeft (zelfstandig of loontrekkend), dan zijn de kinderen voor de ziekteverzekering ten laste van de werkende ouder.
Hoe zit het met de familiale polis ?
Co-ouders kunnen geen gezamelijke familiale verzekering nemen. Daarvoor is immers vereist dat men onder hetzelfde dak woont en tot dezelfde familiekern behoort. Co-ouders die familiaal verzekerd willen zijn, dienen dan ook beiden een familiale polis af te sluiten. Gelukkig zijn de premies niet zo hoog.
Wie van beide ouders is aansprakelijk als er een schadegeval gebeurd door toedoen van de kinderen ?
In principe is die ouder aansprakelijk die de kinderen op het ogenblik van het schadegeval onder zijn/haar toezicht had. Maar deze ouder kan evenwel proberen aan te tonen dat hij/zij weinig impact heeft op de opvoeding van de kinderen en dat het de andere ouder is die alleen de verantwoordelijkheid voor de opvoeding draagt. Dit is vaak moeilijk uit te maken. Wanneer men er niet uitgeraakt, moet de rechter de knoop doorhakken.
Hoe zit het met de inkomstenbelastingen ?
De fiscus aanvaardt voorlopig nog niet dat de aftrek voor kinderen ten laste zou opgesplitst worden over beide co-ouders. Slechts één ouder kan m.a.w. de kinderen ten laste krijgen voor de personenbelasting. In principe is dat de ouder bij wie de kinderen gedomicilieerd zijn.
De andere ouder lijdt hierdoor financieel verlies. De co-ouders dienen dan ook een onderlinge overeenkomst te sluiten om dit te corrigeren, bijv. een jaarlijkse afrekening in functie van ieders inkomen. Zo'n berekening kan vrij complex zijn, maar er is voorlopig geen beter alternatief.
Sinds de wet op het gezamelijk ouderlijk gezag (ook wel de wet op het co-ouderschap genoemd) van 13 april 1995 is het klassieke systeem van hoede - en bezoekrecht afgeschaft. Deze wet bepaalt dat beide ouders verantwoordelijk blijven voor de opvoeding van hun kinderen, ook al wonen zij niet samen. Concreet betekent dit dat één ouder geen beslissingen kan nemen zonder medeweten of akkoord van de andere ouder.
Bij scheiding van de ouders beslist de rechter, indien zij geen onderlinge overeenkomst bereiken, bij wie van hen de kinderen zullen verblijven. De andere ouder krijgt dan een omgangsrecht (of bezoekrecht).
Het omgangsrecht is en blijft een van de meest delicate punten bij een echtscheiding, (of het uit elkaar gaan van niet gehuwde ouders). Heel vaak wordt door de ouder bij wie het(de) kind(eren) verblijven, het omgangsrecht van de andere ouder misbruikt.(Volgens recente gegevens van het CBS verliezen gemiddeld ongeveer 11.000 minderjarige kinderen per jaar het contact met één van de ouders na echtscheiding. Omgerekend komt dit neer op 27 kinderen per dag).
Wanneer de kinderen als gevolg van het niet of onregelmatig naleven van het omgangsrecht het contact met één van de ouders verliezen, hypothekeert dit de ouder-kind relatie ernstig.
Verschil tussen hoederrecht en co-ouderschap
De wet van 13 april 1995 wijzigt het oude systeem van hoede- en bezoekrecht en introduceert het systeem van co-ouderschap: beide ouders blijven verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Het systeem staat los van de verblijfsregeling die veel vormen kan aannemen (tijdens de week bij de ene ouder, tijdens het weekend bij de andere, of evenveel tijd bij de ene als bij de andere.).
Elk van beide ouders kan beslissingen nemen over het schoollopen van het kind: de keuze van de school en de inschrijving van het kind, de keuze voor gewoon of buitengewoon onderwijs, de keuze voor godsdienst of zedenleer of de vraag om vrijstelling, beroep tegen tuchtmaatregelen Om latere problemen te vermijden kan je als directie vragen of de andere ouder op de hoogte is van/akkoord gaat met bv. de inschrijving. Je kan ook vragen hoe de verblijfsregeling in elkaar zit.